XIV. Agrovoeding
Boesmans A., Bier in bier (Provinciaal Openluchtmuseum Bokrijk), Genk, 1982, 196 p.
Industriële gewassen in het heuvelland: geneeskrachtige planten, cichorei, tabak: 1890-1940 (Koninklijke Cirkel voor Geschiedenis en Archeologie van Ath en de regio en Athois-musea), 1982, 160 p.
De Herdt R., In naam van alambiek. Jenever- in alcoholopslag (MIAT), Gent, 1981, 112 p.
Jacqmain C., Musick-De Spiegeleer A., De suikerindustrie in het district Borgworm van 1850 tot heden, In XLIVe congres van de Federatie van Belgische Archeologie- en Geschiedeniskringen. Proceedings van het Congres van Komen, 1980, T. 2, Komen, 1981, blz. 369-376.
Linters A., Dorp en platteland: een zich gewijzigd gegeven en een veranderende maatschappij, In Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen, 1979, blz. 12-27.
Dezelfde, Landbouw: een “industrieel” probleem. Van evolutie van oogsten tot dorsen, Tongeren, Prov. Instituut voor Biotechnologie Onderwijs, 1985, pp. 3-21.
Van MolJJ, Oprichting van een eco-museum voor landbouwmachines in Treignes (België), In Technologie, 6, 1983, blz. 37-45.
XV. Scheikunde
Godfroid St., Surdiacourt D., Lucifersbedrijven te Geraardsbergen, Geraardsbergen, Stedelijke Culturele Raad, 1983, 161 p.
XVI. Woningbouw, industriële architectuur
Industriële gebouwen in de 18e en 19e eeuw in Frankrijk, Documentatiecentrum voor de Geschiedenis van de Technologie, Parijs, 1978, 436 p.
Baele J., De Herdt R., Vrij gedacht in ijzer. Een essay over architectuur in de industriële sector 1779-1913 (MIAT), Gent 1983, 228 p.
Brauman A., Delevoy RL, De Guise familistere of de equivalenten van rijkdom, Archief voor moderne architectuur, Brussel, 1976.
De Brabander P., Van arbeidershuisvesting in Kortrijk in de 19e eeuw, In Door Leiegouw, T. 22, 1980, blz. 3-37.
Devillers C., Huet B., Le Creuset. Geboorte en ontwikkeling van een industriële stad 1782-1914, Seyssel, uitg. du Champ Vallon, 1981, 287 p.
Volkshuizen: België, Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, Nederland, Zwitserland, Archief voor moderne architectuur, Brussel, 1984, 286 p.
Pierard C., Le Grand-Hornu, In Henegouwen- Toerisme, nr. 127, april 1968, blz. 39-43.
Dezelfde, Eén van de eerste moderne arbeiderssteden: de stad Hoyaux, in Cuesmes-Mons, In Industriële archeologie, Colonster-conferentie…, blz. 57-60.
Rigo-Henderickx E., De kolenmijnen en vastgoedontwikkelaars: het Hôtel Louise in Micheroux (1870), In Industriële archeologie, Colonster-conferentie…, blz. 53-56.
Roelants du Vivier F., Bois-du-Luc, een industriële stad, In Het huis van gisteren en vandaag, nr. 20, 1973.
Smets M., De komst van de tuinstad in België. Geschiedenis van de sociale woningbouw in België van 1830 tot 1930, Brussel-Luik, 1977, 223 p.
Stiennon J., Industriële architectuur in de 19e eeuw, In Wallonië, het land en het volk, letters-kunst-cultuur, T. 2, Brussel, 1978, blz. 577-586.
Verhaegen D., Stations Antwerpen en Doornik in de 19e eeuw, In Industriële archeologie, Colonster-conferentie…, blz. 76-80.
Dezelfde, Doornik stations. Bijdrage van de spoorwegen aan de ontwikkeling van de stad, In Memoires van de Koninklijke Vereniging voor Geschiedenis en Archeologie van Doornik, T. 2, 1981, blz. 323-376.
Viré L., Openbare waterdistributie in Brussel, 1830-1870, Pro Civitate, Brussel, 1973, XXXII+238 p.
Volkswoningbouw- De tuinwijkgedachte, Provinciaal Hoger Architectuurinstituut-Studiecentrum voor volkswoningbouw, Hasselt, 1982, 548 p.
XVII. Transport, communicatie
Aspecten van een dagelijkse realiteit. 150 jaar spoorwegen in België, 1835-1985 (catalogus van de tentoonstelling georganiseerd in het Paleis voor Schone Kunsten, Brussel, 4 mei - 2 juni 1985), Brussel, 1985, 143 p.
Dagant A., De burgerlijke maatschappij van de fabrieken en mijnen van Grand-Hornu en de spoorwegen, In XLIVe congres van de Federatie van Belgische archeologie- en geschiedeniskringen, verslagen van het congres van Komen, T. 2, Komen, 1981, blz. 353-358.
Delmalle J., Geschiedenis van de Belgische tramlijnen en lokale wegen, Brussel, Paul Legrain, 1981, 162 p.
Hadfield C., Het kanaaltijdperk, Newton Abbot, David & Charles, 1969, 233 p.
Lederer A., De communicatieroutes tussen Brussel en Charleroi van 1800 tot 1935, In XLIVe congres…, handelingen van het congres van Komen, T. 2, Komen, 1981, blz. 377-390.
Dezelfde, Evolutie van de constructie van boten bestemd voor de Congo-Vrijstaat, In Industriële archeologie, Colonster-conferentie…, blz. 21-35.
Linters A., Van Doorslaer B., Steenkool en spoorwegen, Provinciaal museum van de industrie, St-Trond, 1982, 32 p.
Spoorwegen in België. Spoorwegen in België. Spoorwegen in België, A. Linters uitgever, Gent, VVIA, 1985, 310 p. (heruitgave van het werk van A. de Laveleye, Geschiedenis van de eerste vijfentwintig jaar van de Belgische spoorwegen, 1862).

Limburgse steenkoolmijnen, Beringen, 20 februari 1918. Limburgse Mijnen, Beringen, 20 februari 1918.