Darwins evolutietheorie, de sensatie van de 19e eeuw?

img1.jpg Darwin-tentoonstelling – brochure

Introduction

Naar aanleiding van de 200ste verjaardag van de geboorte van Darwin, nam het Nationaal Centrum van de Geschiedenis van de Wetenschappen het initiatief tot het opzetten van deze tentoonstelling.
Honderd jaar geleden stelde ook het British Museum een tentoonstelling samen van specimens, brieven, boeken en portretten die verband houden met Darwin. Bij de uitgave van de catalogus was het opmerkelijk dat de toenmalige conservator zich geen rol zag weggelegd in het bepalen van de wetenschappelijke waarde van Darwin’s evolutieleer. Het Museum wenste zich uitdrukkelijk te distantiëren van elke polemiek die zich rond Darwin en zijn theorie had ontwikkeld, opdat het in de eerste plaats de historische waarde van Darwins werk wilde onderstrepen:
‘But whatever view may be taken of this question, the magnitude of Darwin’s influence on contemporary thought can hardly be overestimated, and the desirability of illustrating his teaching can scarcely be questioned.’[[SF HARMER, archivaris/conservator afdeling zoölogie, British Museum (Natural History), Memorials of Charles Darwin, in British Museum (Natural History), Speciale gids, nr. 4, Londen, 1909.]]
Vandaag vertrekken wij ook vanuit deze optiek voor de selectieve voorstelling van authentieke documenten, prenten, publicaties en tijdschriften uit de collectie van de Koninklijke Bibliotheek. Vooreerst wordt een beknopte bio-bibliografie van de gerenommeerde wetenschapper voorgesteld, waarna uitvoerig wordt stilgestaan bij de evolutieleer naar aanleiding van de 150ste verjaardag van de publicatie van On the Origin of Species (1859). Dit naslagwerk is een mijlpaal in het onderzoek binnen de evolutionaire biologie, maar is tevens van invloed op het filosofische en religieuze gedachtegoed van vandaag. De tentoonstelling zal ook kort ingaan op de perceptie van het ‘darwinisme’ in de negentiende eeuw aan de hand van populariserende bladen en de reactie van de kerk.
We zullen achtereenvolgens een samenvattende biobibliografie van deze gerenommeerde wetenschapper presenteren, met bijzondere aandacht voor zijn publicatie. On the Origin of Species ++++ Charles Darwin Charles Darwin werd op 12 februari 1809 geboren in Shrewsbury. Hij was de vijfde van zes kinderen van Robert Darwin en Susannah Wedgwood. Zijn vader, een arts, wilde dat ook zijn zoon een medische opleiding volgde, maar dat was tegen de zin van Charles. Na een kort verblijf in Edinburgh volgde hij een klassieke opleiding in Cambridge, die mogelijk tot een aanstelling als anglicaanse dominee zou kunnen leiden. Zover zou het niet komen. Na zijn studie ging Charles op wereldreis. Hij huwde daarna met zijn rijke nicht Emma Wedgwood. Hij behoorde zo tot de gegoede burgerij in het Victoriaanse Engeland, moest nooit werken voor de kost en leefde met talrijke bedienden op een groot landgoed in Downe dat hij zelden verliet. Dankzij die rijkdom was hij onafhankelijk en werd zijn huis één groot laboratorium. Darwin was in dat opzicht geen professionele wetenschapper, maar is eerder te beschouwen, volgens de Britse wetenschapshistoricus James Moore, als een ‘gentleman-naturalist’.
Charles Darwin en Emma Wedgwood kregen negen kinderen in elf jaar tijd. Charles stierf op 19 april 1882 op drieënzeventigjarige leeftijd. Hij wilde zelf graag op het kerkhof in Downe worden begraven, maar in plaats daarvan kreeg hij een staatsbegrafenis en een laatste rustplaats op het kerkhof van Westminster Abbey.Hij werd naast andere bekende Britse wetenschappers zoals de astronoom John Herschel (1792-1871) en de wis- en natuurkundige Isaac Newton (1643-1727) begraven.
Zijn graf ligt vlakbij andere Britse wetenschappers zoals de astronoom John Herschel (1792-1871) en de wiskundige Isaac Newton (1643-1727). Het beeld van Darwin dat door zijn familie werd gepropageerd is niet geheel accuraat of compleet. Degenen die dicht bij hem stonden, hebben opzettelijk enkele passages uit zijn autobiografie weggelaten en zijn ideeën over de (Anglicaanse) Kerk doorgestreept om zichzelf tegen schandalen te beschermen: het beeld dat wordt overgebracht is daarom dat van een bebaarde en vastberaden man die uitdrukking geeft aan wijsheid en wil. James Moore daarentegen beschrijft hem als een man die zijn hele leven gekweld werd door de mogelijke gevolgen van zijn evolutietheorie. Hoewel hij werd getroffen door ziekte, de dood van zijn dochter en de angst van het grote publiek voor de gevolgen van zijn theorieën, bleef zijn wetenschappelijke werk gekenmerkt door de morele passie die hij had geërfd van de familie van zijn moeder, de Wedgwoods. Charles Darwin werd feitelijk geboren in de context van het abolitionisme of de anti-slavernijbeweging. James Moore beweert dat dit morele aspect ook Darwins wetenschappelijke ideeën over evolutie beïnvloedde. Maar dit is nog steeds een controversiële visie en niet alle wetenschapshistorici delen deze mening. Darwins nieuwsgierigheid naar de natuurlijke historie werd geprikkeld toen hij geneeskunde studeerde aan de Universiteit van Edinburgh. Zijn grootvader, Erasmus Darwin (1731-1802), had al een werk over evolutie geschreven, Zoonomia. Hoewel zijn kleinzoon het had gelezen, begon hij nog niet te speculeren over de oorsprong van rassen en soorten. De theorie van Erasmus Darwin is echter compleet anders als het gaat om natuurlijke selectie, die van cruciaal belang is in de evolutietheorie van Charles Darwin. Van 1831 tot 1836 reisde Charles Darwin de wereld rond op het schip Beagle onder leiding van kapitein Robert Fitzroy (1805-1865). Al in Edinburgh en Cambridge was Darwin geïnteresseerd geraakt in plantkunde en geologie, wat zijn passie voor de natuurwetenschappen had gestimuleerd. Het was vooral de geologie waar hij van hield: hij reisde door Wales met professor Adam Sedgwick (1785-1873). Aan boord van de Beagle nam Charles Darwin het boek van Charles Lyell (1797-1875), Principles of Geology, mee, dat zojuist was gepubliceerd en waarin de auteur de stellingen van het uniformitarisme uitwerkt, een theorie die stelt dat de natuurwetten onveranderd zijn en dezelfde effecten produceren, gisteren als vandaag. Darwin viel niet direct op, hoewel hij zich zeer bewust was van de debatten van zijn tijd tussen evolutionisten en fixationisten. Zijn reis rond de wereld, met een tussenstop op de Galapagoseilanden en hun zeer specifieke fauna – waar hij onder meer vinken bestudeerde –, de fossiele vondsten, de nasleep van de aardbeving in Lima, zijn ontmoetingen met ‘wilden’ in Vuurland , enz. bracht hem tot de conclusie dat de ene soort de andere vervangt. Deze revolutie in zijn gedachten over evolutie vond geleidelijk plaats. Bij zijn terugkeer naar Engeland begon hij een evolutionaire visie op de wereld te ontwikkelen dankzij de aantekeningen die hij tijdens zijn reis maakte.
Erasmus DARWIN, Zoonomia or the Laws of organic life . Londen: T. Bensley, 1801, 4 vols.
Kostbare reserve, VB 4.469 5
Charles LYELL, Principles of Geology . London: John Murray, 1850, 8e éd., 811 p.
Afdeling Drukwerk, II 2.904 A
Charles Darwin, Journal of researches during the voyage of H.M.S. ’Beagle’ London: T. Nelson & sons, [1845], 2e éd., 543 p.
Departement Gedrukte Werken, VI 23.453 A
++++ DARWIN’S ORIGINALITEIT IN DE EVOLUTIETHEORIE On the Origin of Species en de evolutieleer volgens Darwin Charles Darwin publiceerde veel als natuuronderzoeker, geoloog, botanicus en reiziger. Voor deze tentoonstelling concentreren we ons uitsluitend op zijn belangrijkste werk. On the Origin of Species want dit jaar is het 150 jaar geleden dat de eerste publicatie verscheen. Maar we zullen de rest van zijn werk, dat summier zal worden behandeld, niet verwaarlozen. In 1856, na terugkomst van een reis met de Beagle, moedigde Lyell Darwin aan om het grote publiek te informeren over zijn nieuwe ideeën die hem de afgelopen twintig jaar hadden beziggehouden. Maar zijn plannen werden verstoord toen de natuuronderzoeker Alfred Russel Wallace – die toen op de Maleise Archipel woonde – een essay naar Darwin stuurde met de titel Over de neiging van variëteiten om voor onbepaalde tijd af te wijken van het oorspronkelijke type. Darwin kwam tot de conclusie dat hij en Wallace dezelfde theorie hadden ontwikkeld. Wallace vroeg Darwin om Lyell zijn boek te geven als hij overtuigd was van de kwaliteit van zijn werk. Lyell en Hooker overtuigden Darwin er uiteindelijk van om een samenvatting van zijn aantekeningen te publiceren in de Publicatieblad van de Proceedings van de Linnean Society in 1858 met een brief gericht aan Asa Gray (1810-1888), een Amerikaanse botanicus met wie hij al jaren contact had[[Dit is waarschijnlijk de brief van 5 september 1857, Leven en correspondentie van Charles Darwin, P. 625-633.]] en met de publicatie van Wallace's essay. Maar deze gezamenlijke publicatie had in de wetenschappelijke wereld destijds niet het verwachte effect.
Het zou Darwin uiteindelijk 13 maanden en 10 dagen hard werken kosten om een synthese te schrijven van zijn uitgebreide aantekeningen, die gepubliceerd zou worden onder de titel On the Origin of Species november 1859.
Darwin beschouwde dit werk als het voornaamste werk van mijn leven (in zijn eigen woorden). Door de publicatie van Wallace's korte, bondige essay was Darwin gedwongen zich te beperken. Als Wallace zijn essay niet had gepubliceerd, On the Origin of Species dan zou het een omvangrijk boek zijn geweest dat slechts door weinigen zou zijn gelezen. Dit is de reden waarom Darwin zijn collega bedankt in zijn inleiding. Het boek wordt direct een succes; we verwijzen naar de vele recensies, de snelle verkoop van de eerste druk (op de eerste dag van verschijning waren de eerste 1250 exemplaren al verkocht) en de vele vertalingen. Darwin zelf verklaarde zijn succes aan twee ingrediënten: consistentie tussen conclusies en feiten zonder te verdwalen in details, en vervolgens 'de gouden regel' om zichzelf niet tegen te spreken.
Darwin schreef later dat hij veel plezier had in het schrijven van dit werk. Hij was bijzonder trots op de beschrijving en verklaring van de vele verschillen tussen het embryo en het volwassen exemplaar bij de verschillende soorten, evenals op de grote gelijkenis tussen embryo's van hetzelfde ras. Maar ironisch genoeg werd dit niet vermeld in de recensies, tot zijn grote teleurstelling (zoals hij aan Asa Gray schreef). Zijn ideeën werden verkeerd geïnterpreteerd, soms belachelijk gemaakt of op scherpe toon beoordeeld, maar Darwin zag deze kritiek te goeder trouw: 'in goed vertrouwen'. Aan de andere kant twijfelde hij er niet aan dat zijn werk zeer gewaardeerd zou worden. Concluderend was hij blij – en dit naar de mening van Lyell – dat hij niet op de controverses had gereageerd, omdat 'het hielp zelden iets en veroorzaakte een ellendig verlies van tijd en humeur'. ++++
Charles DARWIN en Alfred Russel WALLACE, Evolutie door natuurlijke selectie met een voorwoord van Sir Gavin de BeeR. Cambridge: gepubliceerd voor het vijftiende Internationale Congres voor zoölogie en de Linnean Society of London bij de University Press, 1958, 288 p.
Afdeling Drukwerk, VI 67.687 A
Franciscus DARWIN, La vie et la correspondance de Charles Darwin avec un chapitre autobiographique Uitgegeven door zijn zoon, de heer Francis Darwin. Vertaald uit het Engels door Henry C. de Varigny, doctor in de wetenschappen. Parijs: C. Reinwald, 1888, 2 delen.
Afdeling Drukwerk, II 49.154 A
Charles Darwin, Over het ontstaan van soorten door middel van natuurlijke selectie, of vervolgens over het behoud van bevoorrechte rassen in de strijd om het leven. Londen: J. Murray, 1859, 502 p.
Kostbare reserve, VI 68.003 ALP
Het vertrekpunt van Darwin’s evolutieleer ligt in een minutieuze studie van de variaties bij dieren en planten in de natuur.
In de eerste vier hoofdstukken van On the Origin of Specieslegt Darwin uit wat ‘selectie’ betekent aan de hand van sprekende voorbeelden in verband met kunstmatige selectie. Het is de bedoeling van de mens om door selectie bepaalde accidentele variaties te laten voortbestaan en ze verder te laten ontwikkelen tot een ras. Kijk naar de bloemen- en dierenkwekers die eenvoudig die soorten kruisen om de bijzonder voordelige eigenschappen te behouden voor de volgende generaties. Darwin meent dat het er in de natuur niet anders aan toe gaat. Hij spreekt daarom van ‘natuurlijke selectie’.
De natuurlijke selectie is het gevolg van de strijd voor het overleven, ‘the struggle for life’. Omwille van de constante populatiedruk is er een onderlinge concurrentie om voort te bestaan. In die strijd zullen de organismen met die ene particulariteit, een toevallige genetische variatie die gunstig is voor de overlevingskansen, de overwinning behalen. Zij zullen de kans zien om zich voort te planten en die goede of bijzondere eigenschap over te dragen aan de volgende generatie. Het aantal individuen met de gunstige eigenschap zal op termijn toenemen terwijl de individuen die de eigenschap niet bezitten zullen uitsterven. Op die manier ontstaat langzaam een variëteit of een nieuwe soort die als geheel de nieuwe eigenschap bezit.
In zijn betoog gaat Darwin uitgebreid in op de mogelijke problemen in verband met zijn theorie. Hij bespreekt hoe complexe structuren zoals het oog kunnen ontstaan, hoe de onvruchtbaarheid van kruisingen tussen soorten kan worden omzeild en hoe een verklaring kan worden gevonden voor de ‘missing links’ in de paleontologische fossielen. Op het einde van zijn boek somt Darwin nog eens alle elementen van zijn theorie en argumentatie op. Hij besluit met de raadselachtige uitspraak dat door de natuurlijke selectie licht zal worden geworpen op het ontstaan van de mens en zijn geschiedenis.
Peter SIS, De boom van het leven. Leidschendam: Biblion/Tielt: Lannoo, 2005, sans pag.
Departement Gedrukte Werken, B 2006 2.168
Peter Sìs is een internationaal gevierde illustrator, auteur en filmmaker. Geboren in Tsjechoslowakije en werkzaam als filmmaker in begin jaren tachtig, verhuist hij naar New York waar hij zich toelegt op het illustreren van boeken. Hij sleept talrijke prijzen in de wacht en wordt wereldberoemd door zijn tekeningen in Time Magazine en andere bladen in de Verenigde Staten. Sìs illustreert hoe nieuwsgierig Darwin was en hoe hij gepassioneerd was door details, getuige hiervan de dagboeken, notities en correspondentie. Aan de hand van gedetailleerde tekeningen schetst de auteur het leven van Darwin met veel aandacht voor de observatie van planten, dieren en mensen, het ontstaan van zijn evolutietheorie en de weerstand ertegen.
++++ Evolutie en adaptaite vóór Darwin Het idee van evolutie is niet nieuw en de evolutietheorie is niet de creatie van Darwin; bovendien is dat van het Engels slechts een variant. Er zijn in het verleden verschillende theorieën ontstaan die evolutie poneren, maar Darwin wordt gecrediteerd voor het benadrukken van de rol van natuurlijke selectie als oorzaak van evolutie. Door uitgebreide observaties en experimenten ontwikkelde Darwin een theorie die hem in staat stelde 'de vader van de evolutietheorie' te noemen.[['Darwin, Charles Robert', Elsevier Encyclopedia, vol. 7.]]. Zijn theorie is moeilijk. Het omvat dus verschillende elementen waarop biologen, geologen, filosofen, enz. niet allemaal helemaal mee eens. De theorie van Darwin kan daarom door sommige wetenschappers worden aanvaard, maar dit betekent niet dat dezelfde onderzoekers alle elementen van de theorie aanvaarden. Vooral de passage over natuurlijke selectie staat open voor discussie.
Willem PALEY, Théologie naturelle ou preuves de l’existence et des attributs de la Divinité, tirées des apparences de la nature. Traduit par Charles Pictet, Genève: Bibliothèque Britannique, 1804, 391 p.
Kostbare Werken, VH 2.242 A
Niettegenstaande Darwin reeds geboeid was door het ‘pre-evolutionistische’ gedachtegoed van zijn grootvader, groeide hij op in de geest van de natuurlijke theologie. De jonge Darwin maakte in Cambridge kennis met het werk van de Engelse naturalist en theoloog, William Paley (1743-1805), die in de observatie van de (harmonieuze) natuur de bewijzen vond voor het bestaan van een ‘intelligent creator’. Alles was gemaakt volgens een ‘plan’ en volgens een perfecte analogie die alles op deze aarde verenigde. Om het principe van het doelgerichte mechanisme te illustreren, verwees hij in zijn theorie naar de observatie van het oog die naar zijn mening van dergelijk vernuft getuigde dat het enkel mogelijk kon zijn door een vooraf ontworpen plan. Paley sprak dan wel over natuurlijke processen maar deze werden vanzelfsprekend veroorzaakt door een goddelijk brein.
Jean Baptiste de LAMARCK, Philosophie zoologique ou exposition des considérations relatives à l’histoire naturelle des animaux. Ed. Ch. Martins, Paris: librairie F. Savy, 1873, 2 vols.
Departement Gedrukte Werken, II 84.098 A
hoogte=300″ />
‘Evolutie’ was in wetenschappelijke kringen niet onbekend, zij het onder de zeer controversiële vorm van het transformisme van Jean-Baptiste de Monet, ridder de Lamarck (1744-1829). Lamarck beschreef in zijn Philosophie zoologique (1809) de invloed van de omgeving op de verandering van de soorten. De oorzaak van de verandering van soorten lag in het gedrag van de individuen: de nek van de giraf werd langer omdat vele generaties giraffen hun voedsel steeds hoger in de bomen gingen zoeken. Na verloop van tijd werd dit kenmerk, dat van wezenlijk belang was voor de levensomstandigheden van de soort, erfelijk, en werden giraffen met een steeds langere nek geboren. De evolutie bij Lamarck was een ontplooiing van de soort, een ‘verticale evolutie’. Deze zogenaamde ‘verticale evolutie’ zal Darwin later weerleggen door de verklaring van transformaties in de natuurlijke selectie te zoeken, in de onderlinge strijd tussen soortgenoten, de ‘horizontale evolutie’.
Met Lamarck werd dus al afgestapt van de joods-christelijke visie die de natuur beschouwde als een Schepping, een gerichte wilsdaad van God. De Bijbel, het boek Genesis, bood niet langer een betrouwbare verklaring voor het ontstaan en de diversiteit van levende organismen. De studie van de fossielen in de negentiende eeuw zal in deze overtuiging een niet onbelangrijke rol spelen.
Alfred Russel WALLACE, The Malay Archipelago: The land of the orang-utan, and the bird of paradise. London: MacMillan and co., 1869, 2e éd. 2 vols.
Departement Gedrukte Werken, III 1.084 A
hoogte=300″ />
Voordat Alfred Russel Wallace (1823-1913) de Malay archipel aandeed, had hij reeds een reis ondernomen naar het Amazonegebied om de oorzaken van de organische evolutie te achterhalen. Hij heeft toen veel biologische monsters van vogels en insecten verzameld. Maar tijdens de laatste expeditie brak er brand uit op het schip met het verlies van zijn verzameling uit de Amazone tot gevolg. Dankzij een beurs van de Royal Geographical Society kon Wallace een dik jaar later koers zetten naar de Malay archipel. Over een afstand van 14.000 mijl legde hij een verzameling aan van 126.500 specimens waaronder 200 nieuwe vogelsoorten en meer dan duizend nieuwe insecten.
Zijn bevindingen uit deze tocht schreef hij in 1869 neer onder de titel ’The Malay Archipelago: the land of the orang-utan, and the bird of paradise’. De regio was de perfecte uitvalsbasis voor de studie van de geografische spreiding van soorten en om tot een verklaring te komen van het evolutionaire proces.
++++

PERCEPTIE & POPULARISERING VAN HET ‘DARWINISME’

Onder ’Darwinisme’ verstaat men de beweging die is voortgevloeid uit de formulering van de ’evolutieleer van Darwin’. Het gebruik van de term ‘Darwinisme’ duidt aan dat achter de wetenschappelijke theorie een ideologie wordt gesuggereerd, niet altijd zonder een negatieve connotatie. Ofwel slaat de term enkel op de wetenschappelijke evolutieleer, zoals ze door Darwin werd ontwikkeld en sindsdien nog steeds wordt getest en verder wordt ontwikkeld. Ofwel duidt de term op de interpretatie van de evolutieleer, ontstaan uit de ideologische debatten en waardoor misvattingen of een sterk vereenvoudigde vorm van de evolutieleer in de maatschappij werden verspreid. Engeland tijdens het Victoriaans tijdperk (19de eeuw) Darwin vond de aanvaarding van zijn theorie door de toenmalige wetenschappers zeer belangrijk. Hij verwachtte kritiek op de inhoud van zijn boek, niet zozeer op de methodologie omdat hij op dat gebied zeker van zijn stuk was. De wetenschapsfilosofen die – vaak beter dan de wetenschappers zelf – de wetenschappelijke methode onderzoeken, hadden een enorme invloed in het negentiende eeuwse Victoriaanse tijdperk.
Darwin kon er over het algemeen wel mee om dat zijn theorie door theologen (ongetraind in wetenschappelijk onderzoek) en door sterk gelovige wetenschappers verguisd werd. Maar wat hij niet had voorzien is dat zelfs ook de meest gerespecteerde wetenschappers en filosofen hem een gebrek aan wetenschappelijkheid verweten. Deze kritiek kwam voort uit de populaire wetenschapsfilosofie van die tijd en werd niet door religieuze motieven ingegeven.
Darwin’s methodologie werd o.a. door Adam Sedgwick – zijn voormalige hoogleraar geologie – zwaar onder vuur genomen omdat ze niet voldoende inductief was. De inductieve methode, met Isaac Newton als toonbeeld, gold in de negentiende eeuw als de enige methode voor natuurwetenschappelijk onderzoek. Ze vertrekt van een brede waaier aan feiten waaruit algemene conclusies worden getrokken. De theorie van Darwin daarentegen werkte volgens Sedgwick in de omgekeerde richting. Een hypothese werd getoetst aan feiten om zo tot een conclusie te komen. Darwin was er echter van overtuigd dat hij zijn theorie had geformuleerd en uitgetest op een manier die evenwaardig was aan wat de toonaangevende wetenschappers van zijn tijd deden. Hij had wel degelijk ontelbare gegevens verzameld om zijn theorie te ondersteunen, maar hij kon ze onmogelijk allemaal beschrijven in zijn boek. Darwin twijfelde er dus niet aan dat hij de inductie volgens de toenmalige wetenschapsfilosofische standaarden had toegepast.
Anonyme, 'Charles Robert Darwin', in The Times du 21 avril 1882, p.5.
Departement Gedrukte Werken, J.E. 196
Kort na Darwin’s dood verschenen er enkele lovende berichten over hem in The Times. Met een terugblik op de consternatie die ontstaan was na de publicatie van ’On the Origin of Species’ en zijn hoogtepunt kende in de beroemde discussie op de Oxfordbijeenkomst in 1860, wil de (anonieme) auteur van het artikel benadrukken dat deze commotie slechts van korte duur was. De wetenschappelijke wereld erkende meteen de invloed van deze theorie op de biologie. Prof. Thomas Henry Huxley (1825-1895), ook wel de buldog van Darwin genaamd, was één van de grootste verdedigers van Darwin’s theorie. Huxley wordt in dit artikel geciteerd en hij pretendeert dat er de laatste tien jaar geen werk was verschenen dat meer invloed had uitgeoefend op de natuurwetenschappen dan de’On the Origin of Species’'[[The Times van 21 april 1882, p. 5.]].
GAVIN RYLANS DE BEER, Atlas van de Evolutie, Amsterdam-Brussel: Elsevier, 1996, 200 p.
Departement Gedrukte Werken, VI 95.257 C
Sir Gavin De Beer (1899–1972) was een Engelse bioloog en humanist die zich toelegde op verschillende domeinen van de wetenschap. Hij schreef over de embryologie, de vergelijkende anatomie en wetenschapsgeschiedenis. Hij heeft een belangrijke en originele bijdrage geleverd aan de evolutietheorie van Darwin, door onder meer zijn analyse van de relatie tussen de ontwikkeling van het embryo en de evolutionaire verandering in zijn boek’Embryology and evolution’' uit 1930.
Als directeur van het departement ‘Natural History’ in het British Museumorganiseerde hij talrijke tentoonstellingen over de evolutie. Hij gaf ook de Atlas of Evolution (1964) uit die werd vertaald in het Duits, Nederlands en Spaans. Hij was een expert in het leven en werk van Darwin. Omwille van zijn verdienste in de evolutionaire biologie ontving hij in 1958 de Darwin Medal of the Royal Society..
De Darwin Medal of the Royal Society is de wetenschappelijke prijs die door de Royal Society of London wordt uitgereikt voor"work of acknowledged distinction in the broad area of biology in which Charles Darwin worked’. In 1890 mocht Alfred Russel Wallace de eerste medaille in ontvangst nemen voor de ontwikkeling van zijn theorie over het ontstaan van de soorten door natuurlijke selectie, onafhankelijk van Darwin. De prijs bestaat anno 2008 nog steeds. De Linnean Society of London heeft in 1908 de Darwin-Wallace Medal ingesteld, waarvan Wallace ook een van de eerste gelauwerden was.
Hoe het ook zij, of Darwins theorie volledig kan worden aanvaard of niet, het is belangrijk te onthouden dat de kritiek – opbouwend of afbrekend – als dé essentie van het wetenschappelijke werk is. Om het in de woorden van Huxley te zeggen: we moeten ons behoeden voor ‘consumptie van kennis’:':
'“History warns us, however, that it is the customary fate of new truths to begin as heresies and to end as superstitions; and, as matters now stand, it is hardly rash to anticipate that in another 20 years, the new generation, educated under the influences of the present day, will be in danger of accepting the main doctrines of the Origin of Species with as little reflection, and it may be with as little justification, as so many of our contemporaries 20 years ago, rejected them. Against any such a consummation let us all devoutly pray; for the scientific spirit is of more value than its products, and irrationally-held truths may be more harmful than reasoned errors. Now, the essence of the scientific spirit is criticism. [..] A theory is a species of thinking, and its right to exist is co-extensive with its power of resisting extinction by its rivals.’.'[[The Times van 21 april 1882, p.5.]] ++++ Het Darwinisme en de popularisering in België en Engeland in de 19de eeuw Over het algemeen kwam het debat over de evolutietheorie in de Belgische wetenschappelijke kringen laat op gang. Geleerden die geboren werden vóór 1840 waren geen grote voorvechters van het Darwinisme, maar breiden voort op de oudere evolutionistische tradities, zoals Omalius d’Halloy die als student de lessen van Lamarck had bijgewoond. Dit onderscheidt België van landen als Engeland, Duitsland en Nederland waar de belangrijkste voortrekkers van de evolutietheorie precies tot de generaties behoorden geboren tussen 1800 en 1840.
Jean-Baptiste d’Omalius d’Halloy, Eléments de géologie, Paris: F.G. Levrault, 1831, 559 p.
Afdeling Drukwerk, II 27.336 A
In de derde editie van de ’On the Origin of Species’ (1861) schreef Darwin een historische schets als eerbetoon aan de naturalisten die voor hem gelijkaardige ideeën hadden ontwikkeld. Ook zij waren reeds de mening toegedaan dat soorten veranderen en dat huidige levensvormen zich hebben ontwikkeld uit oudere levensvormen. Hij verwees onder andere naar d’Halloy.
D’Omalius d’Halloy (1783-1875), één van de pioniers van de moderne geologie, had reeds enkele decennia vóór het verschijnen van de On the Origin of Species in zijn Elements de géologie (1831) het transformisme openlijk verdedigd. Met deze verhandeling wilde d’Halloy een alternatief bieden voor het catastrofisme of de leer over het herhaaldelijk verdwijnen van het leven op aarde door grote geologische omwentelingen of universele rampen waardoor periodes van stabiliteit worden onderbroken. De veranderingen die zich op de geologische tijdsschaal voordoen, zoals afkoeling van de aarde en veranderende samenstelling van de gassen in de lucht, leiden volgens d’Halloy tot modificaties in de vormen van de levende wezens.
De wetenschappers geboren in de periode tussen 1845 en 1865 kregen tijdens hun studies de evolutieleer met de paplepel ingegoten en velen waren dan ook enthousiaste voorstanders. De stichtende leden van de Société d’anthropologie de Bruxelles, de toonaangevende evolutionistische biologen van de Brusselse groep (zie verder), de katholieke voorvechters van de evolutiegedachte (Proost, Laminne, de Dorlodot, Grégoir Victor, enz.) en de liberale spiritualisten waren hieronder te rekenen.
HENRI de DORLODOT, Le Darwinisme au point de vue de l’orthodoxie catholiquevol. 1, l’origine des espèces. Bruxelles et Paris: Vroman & co., 1921, 193 p.
Departement Gedrukte Werken, R 3.395
hoogte=300″ />
In 1909 werd kanunnik Henry de Dorlodot (1855-1929) door de Katholieke Universiteit Leuven gedelegeerd naar een conferentie in Londen om de vijftigste verjaardag te vieren van de publicatie van de Origin of Species door Darwin. De Dorlodot was een geoloog en paleontoloog op uitnodiging van de Universiteit van Cambridge. Deze beslissing werd sterk bekritiseerd door de Belgische katholieken. De Universiteit van Leuven hanteerde daarom een meer open benadering, vooral omdat bepaalde theologen het transformisme verdedigden. In Leuven gaf De Dorlodot een reeks lezingen over het darwinisme vanuit het standpunt van de katholieke kerk om te bewijzen dat er geen tegenstrijdigheden bestonden tussen het darwinisme en de orthodoxie van de kerk. Dit initiatief was vanaf de eerste conferentie zo succesvol dat rector Ladeuze besloot de tekst te publiceren. Hoewel deze toespraak trouw is aan de decreten van de Bijbelcommissie van Rome, werd de 'louvanistische' interpretatie door de voorzitter van deze commissie in twijfel getrokken. Dankzij de tussenkomst van rector Ladeuze ontsnapte De Dorlodot aan zijn veroordeling – Pius XI heeft hem nooit een sanctie opgelegd – en zijn boek werd niet uit de boekhandel gehaald. Maar uiteindelijk; de rector zal zijn imprimatur niet plaatsen op de publicatie van de toespraak voor de tweede conferentie die zou gaan over de evolutie van de mens.[[VAN DYCK (Marie-Claire) & LAMBERT (Dominique), De Universiteit van Leuven en de Heilig Officie, in Leuven, nr. 177, 2009.]] De Dorlodot schreef zelf dat hij zeer vereerd was dat de delegatie van de Katholieke Universiteit Leuven werd toegelaten tot Cambridge, terwijl er in België zoveel kritiek werd geuit op deze missie. Zelf schrijft Dorlodot zeer vereerd te zijn dat de delegatie van de Katholieke Universiteit te Leuven in Cambridge wordt erkend, terwijl in België kritiek over deze zending wordt gespuid. ’Le conseil rectoral me faisait l’honneur de me choisir pour représenter l’université à ces festivités scientifiques.[…] L’hommage rendu par le premier corps savant du monde catholique au fondateur du Darwinisme fut hautement apprécié en Angleterre. [...] les applaudissement redoublèrent, lorsque le maître des cérémonies, enflant la voix, appela : ‘The delegate of the Catholic University of Louvain’. L’élite des catholiques anglais partagea ce sentiment. […] la plus haute autorité catholique de l’Angleterre fit voir de quel œil favorable elle envisageait l’honneur que notre Université avait jugé devoir rendre à la mémoire du grand naturaliste anglais et à son œuvre.
En Belgique cependant, cette démarche a causé certains étonnements, et même soulevé des critiques. J’ai pensé qu’ayant été chargé, en cette occasion, de représenter l’Université, j’avais quelque qualité pour établir, devant le corps professoral, que notre Université catholique n’a pas forfait, en cette circonstance, à l’honneur de son nom : c’est ce qui m’a décidé à vous entretenir du ‘Darwinisme considéré au point de vue de l’orthodoxie catholique’..
++++ Vóór 1870 was de Belgische wetenschap nog teveel gericht op Frankrijk waar het stil bleef rond Darwin. Daarenboven werd in het jonge België de wetenschap gestuurd door een nationalisme dat gericht was op het eigen land en dat zich niet inliet met speculatieve hypothesen, zoals die van het evolutionisme. Na 1870 daarentegen oriënteerde België zich naar Duitsland waar Darwin’s ideeën wel meteen hevig ter discussie stonden. Het evolutionisme zal uiteindelijk geïntegreerd worden in de biologische onderzoeksprogramma’s. De Academie royale de Belgique verloor haar toonaangevende rol als forum wanneer naar Duits voorbeeld de universiteiten als onderzoekscentra werden ingesteld.
Hierdoor werd het voor de universiteit van Luik mogelijk om in 1873 een laboratorium op te richten. De Luikse evolutionair-morfologische school wist enige tijd onder de strakke leiding van Edouard Van Beneden een duidelijk onderzoeksprogramma uit te bouwen en meerdere leerstoelen te ’koloniseren’.
Maar in de loop van de jaren 1890 zal de Luikse school aan dynamiek inboeten en zal een ’Brusselse groep’ van evolutionistische wetenschappers op de voorgrond treden.
Pierre-Joseph VAN BENEDEN & Paul GERVAIS, Ostéographie des cétacés vivants et fossilescomprenant la description et l’iconographie du squelette et du système dentaire de ces animaux, Paris: A. Bertrand, 1868-1880, LXIV + 634 p.
Kostbare Werken, II 36.137 D
Pierre-Joseph Van Beneden (1809-1894) was een zeer katholieke hoogleraar aan de universiteit te Leuven en situeert zich wetenschappelijk tussen de opvattingen van een d’Omalius d’Halloy en zijn eigen zoon en fervent darwinist, Eduard Van Beneden, die werkzaam was aan de Universiteit van Luik. Het zal pas in de jaren tachtig zijn dat P.-J. Van Beneden een ’getemperd’ transformisme zal aanhangen: hij gaat dan van een harmonieus wereldbeeld met orde en onveranderlijkheid in de natuur over naar een evolutionistischer standpunt. Vermeldenswaardig is zijn stichting van een maritiem station te Oostende in 1843 dat navolging bij zijn zoon zal kennen: hier werd onderzoek naar de toen weinig bestudeerde zeedieren verricht. Deze mooie publicatie illustreert goed zijn paleontologisch onderzoek en identificatie van tussenvormen bij walvissen.
Edouard VAN BENEDEN, ‘La biologie et l’histoire naturelle’in Bulletins de l’Académie royale des sciences, des lettres et des beaux-arts de Belgique, 1883, 3e série, vol. 6, p. 869.
Werkzaal, ST 86
Edouard van Beneden (1846-1910) was de zoon van de vermaarde zoöloog en hoogleraar te Leuven Pierre-Joseph. Vader en zoon werden vaak als elkaars antipode bestempeld, maar dit valt te nuanceren. Edouard was sinds de jaren 1870 zelf een briljante embryoloog en cytoloog aan de universiteit van Luik waar hij ’evolutionaire morfologie’ doceerde gedurende veertig jaar. Raf De Bont bestempelt hem als ’waarschijnlijk de invloedrijkste evolutionist die de Belgische wetenschap heeft voortgebracht’. Hij was vermaard vanwege zijn ontdekkingen met betrekking tot de bevruchting en zijn studie van de verschillende chromosomen in (embryonale) cellen. Zo stelde hij vast dat bij de bevruchting zowel de helft van de mannelijke als vrouwelijke kernen samensmelten (ei- en spermacel) en dat beiden voor de helft van de chromosomen zorgen. Het aantal stabiele chromosomen bepaalt de soort.
Zelf was hij door de theorieën van Lamarck en Darwin geboeid: zo zou hij de Engelsman bij diens aanstelling in 1870 als lid van de Académie royale de Belgique hebben gefeliciteerd. De buste van Darwin zal een plaats krijgen in het zopas opgerichte Institut de zoologie (1888), ook wel ’het beestenpaleis’ genoemd.
Zelf stond hij fel onder de invloed van Haeckel van de universiteit van Jena in Duitsland, een land dat in die tijd nieuwe laboratoria oprichtte waar de microscopie een steeds belangrijker plaats innam. Tevens was Van Beneden Jr. geboeid door de evolutie van de gewervelden en dus ook van de mens.
Jean Massart en Leo Errera behoorden tot de groep wetenschappers in Brussel die zich op de evolutieleer toelegden. In tegenstelling tot de Luikse school van Edouard Van Beneden, kan ze niet met één instelling worden geïdentificeerd en is ze ook minder homogeen dan de Luikse.
Ondanks het gebrek aan een leidersfiguur, vormde de Brusselse groep een hecht intellectueel netwerk dat de omgang van de Belgische biologen met de evolutietheorie heroriënteerde. Voor hen was de evolutietheorie een onderzoeksonderwerp op zich, terwijl Van Beneden de evolutie hanteerde als een instrument om betekenis te geven aan het embryologisch onderzoek. Niet alleen in de kringen van de gevestigde wetenschap, maar ook voor de vulgarisatie van de evolutietheorie was de Brusselse groep het voornaamste referentiepunt. Een belangrijk instrument ter verspreiding van de evolutieleer onder de lagere sociale klassen was de ’Extension de l’Université de Bruxelles’, een blad dat sterk geïnspireerd was door Engeland. In de schoot van deze organisatie zullen Massart, Errera en anderen het land rondreizen met vulgariserende sessies over biologische vraagstukken.
Jean MASSART, ’L’évolution et ses facteurs (six leçons accompagnées de projections)’, in Extension de l’université libre de Bruxelles, Bruxelles, X(1906)9, 28 p. + ill.
Departement Gedrukte Werken, B 7.510
hoogte=300″ />
Vanaf 1890 werkt Massart (1865-1925) aan een heroriëntering van de biologie door ethologische elementen in zijn onderzoek op te nemen. Ethologie wordt hier begrepen als de invloed van de omgeving op het individu. Hij was overtuigd van het belang van de experimentele laboratoriumwetenschap, maar trachtte de moderne wetenschappelijke tendenzen bij te sturen met bredere opvattingen over de natuur. Massart wilde het veldwerk door middel van mobiele laboratoria stimuleren. Maar daardoor werd de ethologie nooit geïnstitutionaliseerd en bleef het bij een invalshoek.
Massart verdedigde niet alleen de wetenschappelijke observaties in de ongerepte natuur, maar koppelde het ook aan een pleidooi voor natuurbescherming. Het over-tuigende argument voor dit veldwerk zag hij bij Darwin: de meest ingrijpende biologische theorie van de negentiende eeuw, zijnde de evolutietheorie van Darwin, was ontsproten uit directe observatie van de wilde natuur.
Met een artikel over’’l’évolution et ses facteurs’, wilde Massart de resultaten van de jarenlange observaties en ervaringen van verschillende biologen en plantenkundigen aan het publiek toelichten om zo het probleem van de evolutie van levende wezens te verduidelijken. Hij vermeldt hierbij ook dat alle biologen toegeven dat de actuele soorten geëvolueerd zijn uit oudere soorten die op hun beurt uit voorouders stammen, en dat op die manier terug kan worden gegaan tot het verschijnen van het leven op Aarde.
++++
Léo ERRERA, Une leçon élémentaire sur le darwinisme. Bruxelles: Henri Lamertin, 1904, 2de ed., 85 p.
Departement Gedrukte Werken, II 84041 A
In 1876 was Errera (1858-1905) op achttienjarige leeftijd de jongste verdediger van het Darwinisme in het openbaar. Errera, maar ook Massart, onderstreepten het belang van de mutaties in het evolutionaire mechanisme.
In deze tweede editie van ’Une leçon élémentaire sur le darwinisme’ werden onderzoeksresultaten van de Nederlandse botanicus Hugo De Vries toegevoegd. Errera onderhield met hem nauwe contacten. Ook om levensbeschouwelijke redenen voelden de Brusselaars zich aangetrokken tot De Vries’ theorie. De evolutionaire opvattingen sloten namelijk de tussenkomst van een mystieke en goddelijke kracht volledig uit.
Errera wist zich in zijn materialistische stellingname niet te onthouden van een rechtstreekse aanval op de kerk. Als inleiding op de Leçon Leçon deelt hij de lezer mee dat de evolutiegedachte hoge toppen scheert in de natuur-wetenschappelijke wereld. Het debat dat dien dage gevoerd werd tussen evolutionisten en creationisten zou, net zoals in het verleden, worden beslecht ten nadele van het katholieke geloof. De wetenschappelijke vooruitgang zal volgens hem niet worden tegengehouden door de katholieke kerk ondanks het feit dat de evolutieleer door de meerderheid binnen de kerk wordt veroordeeld. Maar hij geeft ook toe dat er zich intellectuelen onder de katholieken bevinden die zich pro-transformistisch opstellen. Dat kan worden afgeleid uit de betogen in de Société scientifique de Bruxelles waar in 1881 Alphonse Proost, de drijvende kracht achter de Leuvense Ecole supérieure d'agriculture, openlijk sprak over het transformisme en het geloof trachtte te verenigen met het evolutionisme.
Tussen 1880 en 1910 was het evolutionisme een ’mode’ in Belgische wetenschappelijke wereld, wat niet wil zeggen dat er eensgezindheid bestond onder de evolutionisten. Enkele elementen die volgens Raf De Bont meespeelden in de opgang van dit gedachtegoed zijn het wetenschappelijke prestige van de biologie en de grote maatschappelijke uitstraling van de natuurwetenschappen. Dit had tot gevolg dat de evolutietheorie werd gepopulariseerd en zich niet beperkte tot de salongesprekken van enkele vooraanstaande wetenschappers.
Julius Mac LEOD, 'Het Darwinismus', in Natura, maandschrift voor Natuurwetenschappen, 1(1883), p.1-34.
Departement Gedrukte Werken, IV 25.458 A
Mac Leod schrijft hier over de invloed die het Darwinisme op de natuurwetenschappen uitoefende in het openingsnummer van het pas opgerichte Nederlandstalige natuurwetenschappelijke tijdschrift Natura. Mac Leod was de oprichter en de bezieler van het tijdschrift en zal via dit medium bijdragen tot de popularisering van het Darwinisme in het Nederlandse taalgebied.
In de zomer van 1883 behoorde hij tot de groep wetenschappers die in het kielzog van Van Beneden, gezamenlijk naar het maritiem station van Oostende trokken om er morfologisch onderzoek te verrichten. ’De school van Van Beneden’ had dus zowel Luikse als Gentse aanhangers. Naast Mac Leod, vinden we ook Van Wambeke, Leboucq en de fysioloog Felix Plateau.
Auteurs zoals Mac Leod zagen het evolutionisme als een middel om het geloof in de vooruitgang en de verbetering van de mens en samenleving te proclameren. In Het Darwinismuswil hij komaf maken met het ’valsch’ denkbeeld over de darwinistische theorie. Hij neemt voorbeelden uit de plantkunde om de theorie toe te lichten en verwijst net zoals Darwin hierbij eerst naar de kunstmatige teelt om daarna hetzelfde proces duidelijk te maken in de natuurlijke omgeving.
'’Voordat we de natuurlijke uitlezing daarmee vergelijken [met de kunstmatige] moeten we meer bepaaldelijk de aandacht vestigen op de eigenschappen der levende wezens welke bij het verkrijgen van nieuwe soorten benuttigd worden. Die eigenschappen zijn ten getalle van twee: de erfkracht (heredity) en de veranderlijkheid (variability).’ Maar Mac Leod’s ideëen over variatie en erfelijkheid zullen rond de eeuwwisseling weinig bijval kennen in België. Een struikelblok was zijn voorliefde voor het flamingantisme waardoor hij uit wetenschappelijke kringen werd geweerd, zoals de Académie Royale de Bruxelles. Noodgedwongen moest hij in het buitenland (Nederland, Engeland) publiceren.
Beeldvorming naar het grote publiek (Engeland, 19de eeuw) Visualisering in populaire bladen en andere media spelen een niet te verwaarlozen rol in de geschiedenis van de wetenschap. De cartoons en de karikaturen rond Darwin in het negentiende-eeuwse Engeland droegen hoogstwaarschijnlijk bij tot de popularisering van Darwin’s theorieën.
Karikaturisten zoeken naar specifieke visuele elementen die de wetenschapper met zijn theorie vereenzelvigt. Terwijl de aap van in den beginne, kort na de publicatie van On the Origin of Species, geassocieerd wordt met de evolutieleer, zal Darwin later, na de publicatie van Descent of Men, zelf het mikpunt van spot worden. Darwin wordt vereenzelvigd met zijn theorie of met de gevolgen van die theorie. Het bleek geen moeilijke opgave om Darwin met enkele karakteristieke lijnen uit te beelden opdat het publiek hem zou herkennen. Zijn baard, grote schedel en zware wenkbrauwen waren algauw een vertrouwelijk beeld. Andere evolutionisten van die tijd, zoals Asa Gray en Wallace, vielen die ‘eer’ niet te beurt. De natuurlijke selectie werd dus altijd exclusief met Darwin geassocieerd.
Naast de aap en de figuur van Darwin zelf, kwamen ook de boom, verwijzend naar de aap en de boom van het leven, en de (circulaire) voorstelling van transformaties binnen de diersoorten als repetitieve elementen voor. Deze elementen werden door het publiek meteen geïdentificeerd met de evolutieleer maar vereenvoudigden tegelijk ook het huzarenwerk van Darwin. Hij liet dit echter niet aan zijn hart komen en wist ook duidelijk van die aandacht te genieten. Hij hield alle (spot)prenten bij en maakte zijn naasten geregeld attent op het verschijnen van een nieuwe cartoon of karikatuur. Karikaturisten vonden in Darwin en zijn theorie een gemakkelijk doelwit om hun vaak geniale grappen en grollen op af te schieten. Er bestaan meer spotprenten van de figuur Darwin dan foto’s.
Deze tentoonstelling heeft enkele voorbeelden geselecteerd uit het blad PUNCH or The LONDON CHARIVARI en deze worden hier in chronologische volgorde voorgesteld.
John LEECH, '‘The lion of the season. Alarmed Flunkley. Mr. G-g-g-o-o-o-rilla! in Punch, vol. LXXX, 25 mai 1861, p. 231.
Departement Gedrukte Werken, R 701
hoogte=300″ />
John Leech (1817-1864), tekenaar, karikaturist en illustrator van Ierse komaf werkte voor Punch van 1841 tot 1864 en creëerde meer dan 3000 illustraties. Zijn satirische tekeningen worden gekenmerkt door zwarte humor, overdrijving en vulgariteit en plaatsten hem in de voorlinie van de negentiende-eeuwse grafische satiristen.
Jonathan SMITH, Charles Darwin and Victorian visual culture. Cambridge: University Press, 2006, 349 p.
Afdeling Drukwerk, 9B 2006 1.531
Charles H. Bennett (1829-1867), die als tekenaar vanaf 1865 voor Punch werkte, gaf toe een flinke kluif aan Darwin’s theorie te hebben gehad. Zijn reeks van twintig prenten, de Development Drawings, dienden om met de Victoriaanse maatschappij en tevens met Darwin’s opvattingen te spotten, hoewel ze ook gelijktijdig aan hem werden opgedragen.
Deze tekeningen lijken op dierenfabeltjes maar zijn omwille van hun onderliggende morele of sociale commentaar eerder voor volwassenen bedoeld. De Victoriaanse maatschappij wordt er op de korrel genomen vanwege de zucht naar geld en macht in het aanschijn van respectabiliteit.
hoogte=300″ />
Een voorbeeld hiervan is de houtgravure 'As Thirsty as a Fish' gepubliceerd in the Illustrated Times van 10 oktober 1863. Bennett stak de draak met de Britse werkman die arbeid, plichtsbesef en vriendschap als een belemmering ziet voor zijn drankzucht. Het was één van de weinige kritische prenten over de arbeidersklasse én is een hoogtepunt. Voor het ongeflatteerde portret van de arbeider maakte Bennett gebruik van typische elementen uit de evolutietheorie (zoals het trans-formisme). Het veralgemeende ge-bruik van evolutionaire transformaties in so-ciale satire toont aan dat deze populaire cartoons verschillende ideolo-gische interpretaties kunnen geven aan de theorie van Darwin.
John TENNIEL, ‘Dressing for an Oxford Bal masqué. The question is, is man an ape or an angel? Now, I am on the side of the angels’, in Punch, vol. XLVII, 10 décembre 1864, p. 239.
Departement Gedrukte Werken, R 701
Sir John TENNIEL (1820-1914) was werkzaam als illustrator en karikaturist voor Punch tussen 1851 en 1901 en was schilder en aquarellist. Hij refereerde éénmaal naar Darwin als politiek commentator naar aanleiding van de uitspraak van de toenmalige eerste Minister, Benjamin Disraeli voor de Oxford Diocesan Conference van 25 november 1864.
What is the question now placed before society with the glib assurance which to me is most astonishing? That question is this: Is man an ape or an angel? I, my lord, I am on the side of the angels. I repudiate with indignation and abhorrence those new fangled theories.
Edward L. SAMBOURNE, ‘Suggested illustration for Dr. Darwin’s movements and habits of climbing plants’, in Punch, vol. LXIX, 11 december 1875, p. 242.
Departement Gedrukte Werken, R 701
De prenten van de Engelse illustrator Edward Linley Sambourne (1845-1910) ondergingen invloeden van Leech en later van Tenniel maar kenmerken zich voornamelijk door het gebruik van foto’s als ondersteuning van zijn tekeningen.
hoogte=300″ />
Met de karikatuur Sambourne gaf met zijn karikatuur “Suggested illustration for Dr. Darwin’s movements and habits of climbing plants” het ontstaan aan de nog clichés rond de evolutieleer: de link mens-aap. De pijp-rokende en gebaarde Darwin-aap die als het ware in de boomtakken troonde, is een allusie op zijn studie over het ontstaan van de mens, gepaard aan zijn interesse voor klimplanten. Darwin zou vanaf nu met de karakteristieke baard worden afgebeeld.
Sambourne illustreert met deze prent dat de verkeerde interpretaties van Darwin’s theorie in één enkele prent kunnen worden samengebracht door slechts enkele zogezegde absurditeiten uit de evolutieleer te selecteren: de voorstelling van soorten die plotseling kunnen veranderen, van superieure soorten zoals de mens die zich kunnen ontwikkelen uit dieren en van de grote Darwin zelf die ook van de apen afstamt. Darwin was zich van deze ‘vereenvoudiging’ en misinterpretatie terdege bewust en kon er ook meestal om lachen.
Edward L. SAMBOURNE, 'De mens is slechts een worm', in Punch, vol. LXXXI, 6 december 1881, zonder pag.
Departement Gedrukte Werken, R 701
Edward L. SAMBOURNE, 'Charles Robert Darwin', in Punch, vol. LXXXII, 22 oktober 1882, p. 190.
Gedrukte afdeling, R 701
hoogte=300″ />
Volgens Jonathan Smith (Charles Darwin en Victorian Visual Culture, 2006) drukken de meeste cartoonisten in het satirische tijdschrift Punch geen morele boodschap uit. Edward Linley Sambourne's afbeeldingen van Darwin en 'zijn' regenwormen vormen echter een uitzondering. De verbeelding van de satiricus kon niet anders dan getroffen worden door de publicatie in 1881 van het werk getiteld De vorming van plantaardige schimmels door de werking van wormen. Darwin formuleerde een theorie die leerde dat de worm, ogenschijnlijk onbeduidend en waardeloos, ook zijn nut kan bewijzen, omdat door zijn werk de ploeger van deze natuur de aarde draait en een belangrijke geologische bijdrage levert. De werkelijke betekenis van de door Sambourne geproduceerde beelden moet echter nog worden opgehelderd. Door de regenworm toe te voegen aan de voorouders van de mens suggereert de cartoonist religieuze en politieke verwarring tegenover het darwinisme.
Smith interpreteert het beeld van Sambourne De mens is maar een worm als een toespeling op een passage uit de Bijbel (Boek Job 25:6) die een reflectie uitdrukt over de ellende van de mens, 'worm' en 'worm'. Ook de bijbeltekst van de Schepping wordt op groteske wijze opgeroepen, aangezien we de regenworm uit het woord ‘Chaos’ zien kruipen, onderaan het beeld in Darwin in de collecties van de Koninklijke Bibliotheek links, en in een spiraalvormige beweging steeds een aap, dan een dandy (die zijn hoed afzet), en ten slotte Darwin zelf, op de troon als een god.
Het jaar daarop beeldde een andere tekening van Sambourne Charles Robert Darwin af. De toespeling hier is op de ‘politieke worm’ en de kracht van deze dieren volgens Shakespeare’s Hamlet: “dat een bedelaar mag vissen met een worm die van een dode koning heeft gegeten, en mag eten van een vis die zich met die worm heeft gevoed »(Act IV, Scène III). Maar ook hier ontgaat ons de betekenis van de link tussen Darwin en Hamlet...
hoogte=300″ />
++++

REACTIE VAN DE KERK in de 19de eeuw

De katholieke kerk De reacties binnen de katholieke kerk op de these van Darwin waren erg voorzichtig. De katholieke kerk heeft het ‘Darwinisme’ nooit volledig veroordeeld of On the Origin of Species op de Index geplaatst maar ze stond er wel zeer kritisch tegenover aan het eind van de 19de eeuw en begin van de 20ste eeuw. Sommige katholieke geleerden toonden wel interesse voor de theorie. Voor zover de unieke positie van de mens niet in het gedrang kwam, aanvaardden zij de evolutiegedachte en werkten zij mee om het selectiemechanisme te verklaren.
Léo ERRERA, ‘A propos de l’Eglise et de la Science’, in Bibliothèque de propagande, 9(1911), p. 13-24.
Departement Gedrukte Werken, R 1.553
De uitgever van de Bibliothèque de propagande is van mening dat het betoog van Errera, eerder verschenen in de Revue de l’Université de Bruxelles (1898), een gepaste boodschap is op het moment waarop België zich tracht te weren tegen de ’nefaste’ invloed van de clerus op het openbaar onderwijs. Errera diende de Jezuïet Hahn van antwoord nadat deze laatste een ’aanval’ had gedaan op Errera’s betoog over de ’force vitale’ tijdens een toespraak aan de Université Libre de Bruxelles. Volgens Errera behoorde Hahn tot de halfgeëmancipeerden die verscheurd waren tussen geloof en wetenschap.
Pierre TEILHARD DE CHARDIN, ‘Le Christ évoluteur’, in Cahiers de la fondation Teilhard de Chardin, Paris, vol. V, 1965, p. 17-27.
Departement Gedrukte Werken, VI 66.995 A
Onder invloed van de Jezuïet Pierre Teilhard de Chardin (1881-1955) tevens paleontoloog, geoloog en filosoof, zal de positie van de kerk in de loop van de tweede helft van de 20ste eeuw geleidelijk aan worden bijgestuurd. Deze christelijke denker is één van de meest geëngageerden die zich in de discussie over de evolutieleer mengden. _ Hij trachtte de wetenschap en godsdienst te verenigen: God heeft de mens geschapen waarna de mens heeft gezondigd. Sindsdien maakt de mensheid vooruitgang. Deze lange opgang zal uitmonden in de terugkeer van Christus en het laatste Oordeel, in wat hij noemt ‘le point oméga’.
Volgens Patrick Tort, één van de grote specialisten in de geschiedenis van de mens- en biologische wetenschappen, moet de relatie van Chardin met de katholieke kerk worden verduidelijkt, omdat ze meestal slecht wordt begrepen. Chardin is naar China vertrokken op bevel van zijn superieuren, nadat hij werd verjaagd uit het katholieke instituut (l’Institut catholique de Paris). Hij kreeg de toestemming om te schrijven over paleontologie, maar het verbod om te publiceren binnen het domein van de theologie. In tegenstelling tot wat er vaak wordt geschreven, zou hij nooit worden veroordeeld door Rome, hoewel de hogere instanties vasthielden aan de letterlijke interpretatie van de Bijbel. De meeste van zijn publicaties zullen postuum verschijnen.
De integratie van de evolutieleer in de heilsgeschiedenis werd eerst veroordeeld door het Vaticaan maar later geleidelijk aanvaard sinds de publicatie van Humani Generis (1950). In deze encycliek van Pius XII, laat de paus toe dat er gediscussieerd wordt over het ontstaan van het menselijk wezen vertrekkend vanuit reeds bestaande en levende materie. De kerk aanvaardt de evolutie als wetenschappelijke verklaring voor het ontstaan van het menselijk leven.
Mgr. Ravasi, voorzitter van de Pauselijke Raad voor Cultuur, verklaarde dat er a priori geen onverenig-baarheid bestaat tussen Darwin en de Bijbel. Om deze uitspraak kracht bij te zetten, organiseerde hij in 2009 een colloquium in de Gregoriaanse Universiteit te Rome waar wetenschappers, theologen en filosofen rond vraagstukken in verband met het Darwinisme werden samengebracht. Church of England img11.jpgDe Church of England nam geen officieel standpunt in omtrent de theorie van Darwin, maar veel Anglicanen reageerden in de negentiende eeuw vijandig op zijn ideeën. Op een bijeenkomst van de British Association for the Advancement of Sciences in Oxford in 1860, vroeg de bisschop van Oxford, Samuel Wilberforce, spottend aan Thomas Huxley (vertegenwoordigde Darwin die toen niet aanwezig kon zijn wegens ziekte):“Whether it was through his grandfather or his grandmother that he claimed to be descended from a monkey?”. Het verhaal is grotendeels of misschien zelfs helemaal verzonnen, maar de essentie is wel dat de aanhangers van het Darwinisme de indruk hadden dat de Anglicaanse clerus hun standpunten niet aanvaardde. In werkelijkheid nam de Anglicaanse kerk een afwachtende houding aan. Vandaag biedt Dr Malcolm Brown, Director of Mission and Public Affairs, zijn excuses aan : “Charles Darwin: 200 years from your birth, the Church of England owes you an apology for misunderstanding you and, by getting our first reaction wrong, encouraging others to misunderstand you still. We try to practice the old virtues of ’faith seeking understanding’ and hope that makes some amends. But the struggle for your reputation is not over yet, and the problem is not just your religious opponents but those who falsely claim you in support of their own interests. Good religion needs to work constructively with good science – and I dare to suggest that the opposite may be true as well.” [[ http://www.cofe.anglican.org/darwin/malcolmbrown.html : “Goede religie heeft goede wetenschap nodig.”]] ++++

DE ‘AFFAIRE’ DARWIN HEEFT ZIJN EINDE NOG NIET GEKEND

Darwin’s theorie maakt komaf met een teleologische verklaring voor het ontstaan van de soorten en de afstamming door de natuurlijke selectie als motor van de evolutie aan te duiden. De evolutionaire biologie doet vandaag nog steeds veel stof opwaaien, omdat ze – in tegenstelling tot andere wetenschappelijke disciplines zoals de chemie of de fysica – de menselijke identiteit in haar binnenste raakt. Om die reden komt het onderricht van de evolutieleer nog steeds onder vuur te liggen door de ‘Creationisten’.
Het creationisme is de doctrine volgens dewelke het universum, in al zijn karakteristieke vormen, het resultaat is van één enkele scheppingsdaad door een transcedent wezen waarvan de kracht, de wijsheid en de rede in de wetten van de natuur weerspiegeld worden. Volgens Jacques Arnould bestaat het creationisme uit drie elementen. De letterlijke interpretatie van de Bijbel, het fundamentalisme (de manier om terug te keren naar de fundamenten van het geloof) en het integrisme (het geloof toepassen in de maatschappij en hetgene bestrijden wat hiervan afwijkt).
Harun YAHYA, L’atlas de la création, Turquie: Ed. Global 2007, 2de ed, 772 p
Departement Gedrukte Werken, 9 C 2008 9
L’Atlas de la création van Harun Yahya - een schuilnaam voor de Turk Adnan Oktar – is een treffend voorbeeld van de creationische lobbying. De auteur en zijn volgelingen beschouwen het darwinisme als de bron van alle kwaad in de moderne wereld (communisme, fascisme). Door het darwinisme als schietschijf te gebruiken, past alles in hun rekruteringsoffensief en in een gemeenschappelijk gevecht tegen het ‘materialisme’. Yahya spreekt van de ‘grote alliantie’ waarin Jezus terugkeert op Aarde om antireligieuze bewegingen uit te schakelen, in samenwerking met de islamieten (niet met de Joden!). De verspreiding van de Atlas is in de Verenigde Staten nog verder gegaan dan in Europa. Niet enkel kregen universiteiten en bibliotheken, maar ook weten-schappelijke onderzoekscentra, het exemplaar gratis in de bus. De campagne mag dan wel succes genoten hebben in Amerika, in Europa blijft de weerstand er nog steeds, ook van islamitische zijde.
Om te voorkomen dat het creationisme aan populariteit wint binnen de schoolmuren en de samenleving, werd het onderwijzen van de evolutieleer in het Vlaams onderwijs sinds februari vorig jaar geformuleerd in de eindtermen van het TSO, BSO en KSO (voorheen enkel in ASO). Maar niettemin staat er geen vermelding in de eindtermen van het Vlaams lager onderwijs. Parallel aan de Vlaamse zijde, werd ook in de Franstalige Gemeenschap actie ondernomen en 138.000 euro uitgetrokken om onderzoek te laten verrichten naar de omvang van de weigering om de evolutieleer te onderwijzen in Waalse en Brussels scholen.
De grens tussen wetenschap en geloof geldt voor Johan Braeckman voor alle godsdiensten maar evengoed bijv. voor het atheïsme. De opzet van het project is niet gericht tegen de godsdienst, wel voor een goede kennis van de evolutieleer als wetenschap. Taede Smedes (godsdienstfilosoof en theoloog, postdoctoraal onderzoeker aan de Katholieke Universiteit van Leuven) merkt hierbij op dat men zich ook in het anti-creationismeproject moet behoeden voor een vermenging van ideologie en wetenschap: ‘[…] Braeckmans idee dat meer wetenschapspopularisering tot minder creationisme leidt, is daarmee een utopie en illusie. [...] Braeckmans uitspraak dat de evolutietheorie wetenschap en zingeving tegelijk is, bevestigt de mening van creationisten. Het zijn de profeten van het humanistische atheïsme, zoals Richard Dawinks en Daniel Dennett, die de evolutietheorie voor hun atheïstische kar spannen, en van wetenschap ideologie maken. […] Om effectief kritiek op creationisme en religieus geïnspireerde anti-wetenschappelijke houding te kunnen leveren, zal Braeckman aansluiting moeten zoeken bij een intern-theologisch discours. De uitspraak dat evolutieleer tegelijk wetenschap én ideologie is, bevestigt de mening van de creationisten. Het zijn profeten van het humanistisch atheïsme (cf. Dawkins) die de evolutietheorie voor hun atheïstische kar spannen en van wetenschap een ideologie maken’.
De ‘affaire Darwin’ heeft zijn einde nog niet gekend. ++++ Nawoord: Louis BÜCHNER, Conférences sur la théorie darwinienne de la transmutation des espèces et de l’apparition du monde organique. Traduit de l’allemand d’après la seconde édition par Auguste Jacquot. Leipzig : Théodore Thomas / Paris : C. Reinwald, 1869, 281 p.
Departement Gedrukte Werken, II 20.597
De Duitse filosoof en fysicus Ludwig Büchner (1824-1899) was een grote verdediger van het materialisme. Volgens deze filosofische strekking is materie het enige dat bestaat. Alle dingen zijn samengesteld uit materie en alle fenomenen zijn het resultaat van materiële interacties. Hij is de auteur van onder andere Kraft und Stoff (1855) en Darwinismus und Socialismus (1894).
Wat hij tijdens een lezing over het Darwinisme beweerde, heeft nog steeds niet aan kracht ingeboet: « C’est un grand combat qui se livre actuellement, un combat destiné à faire époque dans le domaine scientifique, aussi bien que la guerre de Trente ans a marqué sur le terrain de la vie religieuse. Et si l’on admet que c’est dans le champ de la vie organisée que les plus hauts problèmes de la science doivent trouver leur solution, nous avons le droit de dire que cette lutte est la plus importante qui puisse jamais se rencontrer dans toute l’histoire de la science. » Des propos qui sont aujourd’hui encore d’actualité. AFBEELDINGEN (Voorblad)’Prof. Darwin. This is the ape of form’, in Figaro’s London sketch book of celebrities, 1874. Portret van Charles Robert Darwin, Engelse natuuronderzoeker (1809-1882).' Similigrav. na het beeld in de ronde'. ‘The Beagle’, in Charles DARWIN, Journal of researches during the voyage of H.M.S.. ‘Beagle’. London: T. Nelson & sons, [1845], 2e éd., 543 p. ‘De Lamarck’, Voorblad, Jean-Baptiste de LAMARCK , Philosophie zoologique ou exposition des considérations relatives à l’histoire naturelle des animaux. Ed. Ch. Martins, Paris: librairie F. Savy, 1873, vol. 1. ‘Flying frog’, dans Alfred Russel WALLACE , The Malay Archipelago: The land of the orang-utan, and the bird of paradise. . London: MacMillan and co, 1869, 2de éd., vol. 1, p. 38. Voorblad van Henry DE DORLODOT , Le Darwinisme au Point de vue de l’orthodoxie catholique, vol. 1, l’origine des espèces. Bruxelles et Paris : Vroman & co., 1921, 193 p. ‘Jean Massart’, dans Paul VAN OYE , Overzicht der plantenaardrijkskunde van België, s.d.. Voorblad van Natura , maandschrift voor Natuurwetenschappen, 1883, nr. 1. CH BENNETT, 'The Origin of Species', dedicated by natural selection to dr. Charles Darwin, no. 20 – As thirsty as a fish’. (gravure sur bois), in Illustrated Times, 10 oktober 1863. ‘Statesmen nr. 25 (Samuel Wilberforce)’, in Vanity Fair, 24 juli 1869, p. 50. ++++

LEXIKON

Ligt Wallace naast Darwin aan de basis van de evolutieleer? Ook Darwin gaf toe dat deze wetenschapper bevindingen op papier had gezet die zeer veel gelijkenissen vertoonden met zijn eigen notities. Een vergelijking dringt zich op. Beiden stonden onder invloed van het malthusianisme dat de sterke bevolkingsgroei en de daaruit volgende populatiedruk als thema op de agenda had geplaatst. Ook maakten Wallace en Darwin gebruik van de ‘struggle for life’, en begrepen zij het belang van de toevallige variaties in een populatie.
Wallace maakte dan wel geen vergelijking met de kunstmatige selectie zoals Darwin deed, maar zijn theorie was volledig equivalent met die van Darwin. Dat hij niet als mede-auteur van de evolutietheorie werd erkend had te maken met zijn eigen bescheidenheid en de sterke ondersteuning die (de al even bescheiden Darwin) kreeg van andere wetenschappers waaronder Wallace zelf.
Een onderscheid met Darwin is wel dat Wallace het evolutiemechanisme op de eerste plaats beschouwde als een middel om het evenwicht te bewaren tussen een soort en zijn veranderende omgeving. Bij Darwin lag de natuurlijke selectie aan de basis van een onomkeerbare evolutie.
Wallace zag de natuurlijke en de seksuele selectie als adaptief en afhankelijk van het milieu, waar Darwin een voortdurende strijd tussen individuen voorop stelde. Transformisme Het transformisme is de leer van veranderende natuurlijke organismen in de tijd. Deze vernieuwing baseerde zich op de ontwikkelingen binnen de geologie en de paleontologie die het onder meer mogelijk maakte om de ouderdom van de aarde in te schatten. Het is algemeen aanvaard dat Lamarck hiervan de ’uitvinder’ is. Deze theorie staat lijnrecht tegenover het vroegere ’fixisme’ waarbij men de Heilige Teksten van de Bijbel letterlijk interpreteerde. Volgens hem kan men het idee niet langer aanhouden dat organismen gecreëerd worden, perfect aangepast aan hun omgeving, als men bedenkt dat de Aarde voortdurend verandert.
Volgens Lamarck moeten soorten, als ze willen overleven, in evenwicht zijn met hun omgeving. Dit heeft tot gevolg dat soorten zich moeten aanpassen, net zoals de natuur voortdurend in verandering is. Uniformitarisme Het uniformitarisme is de dogmatische vorm die de Engelsen gaven aan het actualisme.
Het actualisme, onder andere verdedigd door Constant Prévost (1787-1856) en Karl Von Hoff (1771-1837), is de theorie – of eerder de methode – die het verleden van de aarde bestudeert aan de hand van dezelfde wetten en krachten die nog steeds vandaag inspelen op de natuur. Onder de krachten verstaat men de natuurlijke elementen zoals wind en water die gedurende miljoenen jaren continu inwerken (vandaar ’actualisme’). Het actualisme weigert terug te keren naar oorzaken of buitengewone extra-natuurlijke gebeurtenissen.
Lyell heeft deze methodiek gedogmatiseerd door de uniformiteit van de intensiviteit van de oorzaken te introduceren. Voor de actualisten konden de krachten energieke hoogtepunten kennen en hierdoor ingrijpende veranderingen teweeg brengen (zoals bijvoorbeeld vernietigende stormen). Lyell sloot deze mogelijkheid uit. Hij beweert dat doorheen de geologische geschiedenis de inwerking van de krachten constant is gebleven en niet meer of minder intens is dan vandaag. Sociaal Darwinisme Het sociaal Darwinisme ontstond in 1880 op het Europees continent en verspreidde zich vlug over Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. De oorspronkelijke theorie poneert dat sociale wetten zoals natuurwetten worden gedreven door de ’struggle for life’ en ’survival of the fittest’. De eersten die deze term gebruikten waren de aanhangers van de filosofie van Herbert Spencer (1820-1903). Deze econoom heeft de evolutieleer van Darwin toegepast op maatschappijen, gemeenschappen, naties en ondernemingen om verschillende ideologische perspectieven, zoals het kolonialisme, het racisme en het imperialisme te verklaren.
Het sociaal Darwinisme is dus de verzameling van theorieën die de ’struggle’ als de fundamentele wet beschouwen voor de geschiedenis van de menselijke gemeenschap. De term ‘struggle’ heeft hier niet meer de betekenis die Darwin eraan toekende. De sociaaldarwinisten gaven een eigen betekenis aan de term: competitie tussen individuen of oorlog tussen groepen, frontaal antagonisme (rivaliteit). De overleving van de bekwaamste, de sterkste, wordt bepaald door een strijd. Darwin gebruikte de term ’strijd voor overleving’ meer als een metafoor, welke meerdere niveaus van rivaliteit en van afhankelijkheid inhield. Geen directe confrontatie dus, maar een geheel van mechanismen van solidariteit en van afwisselende rivaliteit. ‘Struggle’ staat bij Darwin dus voor het nemen van inspanningen in moeilijke omstandigheden in plaats van voor strijd . LITERATUUR Encyclopedieën / biografieën 'Darwin', in The New Encyclopaedia Britannica, Chicago: Encyclopaedia Britannica, vol. 16, 15ième ed., 2005, p. 977-981.
Salle de lecture, C 50/2 Anoniem, 'Darwin, Charles Robert', in Encyclopedie Grote Winkler Prins, Amsterdam-Antwerpen: Elsevier, vol. 7, 1991, p. 149-150.
Salle de lecture, C 12 4 A DE WINIWARTER (H.), 'Van Beneden Edouard', dans Biographie Nationale , tome XXVI, Bruxelles: Etablissements Emile Bruylant, 1936-1938, kolommen 174-184.
Leeszaal, D 11 1 ++++ Artikelen BROOKE (J.H.), ’Darwin and Victorian Christianity’, in The Cambridge Companion to Darwin, Cambridge: Cambridge University Press, 2003, 486 p.
Dpt. Gedrukte Werken, 9 A 2003 2.601 ERRERA (Léo), ‘A propos de l’Eglise et de la Science’, in Bibliothèque de propagande, 9(1911), p. 13-24.
Dpt. Gedrukte Werken, R 1.553 HARMER (S.F.), ’Memorials of Charles Darwin’, in British Museum (Natural History), Special guide, nr. 4, London, 1909. HULL (David), ’Darwin’s science and Victorian philosophy of Science’, in The Cambridge Companion to Darwin, Cambridge, 2003, p. 168-191.
Dpt. Gedrukte Werken, 9 A 2003 2.601 'Memorials of Charles Darwin', in British Museum (Natural History), Special guide, nr. 4, Londen, 1909.
Dpt. Gedrukte Werken, R 1 8 MAC LEOD (Julius), ‘Het Darwinismus’, in Natura, maandschrift voor Natuurwetenschappen, 1(1883), p. 1-34.
Dpt. Gedrukte Werken, IV 25.458 A MASSART (Jean), “L’évolution et ses facteurs (six leçons accompagnées de projections)”, dans Extension de l’université libre de Bruxelles, X(1906)9, 28 p.
Dpt. Gedrukte Werken, B 7.510 PATOU-MATHIS (M.), ’Evolutionnisme versus créationnisme’, in L’apprentissage des sciences en question(s), (La Pensée et les Hommes, 48, Nos. 58-59), Brussel: Bruxelles: Centre d’action laïque, 2005, 282 p.
Dpt. Gedrukte Werken, A 2007 7.660 PERBAL (Laurence), ’L’évolution, comprise par les étudiants?’, in Espace de Libertés, 340, maart 2006.
Dpt. Gedrukte Werken B 38.987 POSTEL-VINAY (O.), ’Cent cinquante ans d’affaire Darwin’, in L’histoire, dossier Dieu contre Darwin, nr. 328, février 2008, p. 34-43. PRESS (E.), ’Darwin on Trial’, dans The Nation, (Canada), 28 november 2005, p. 20-24.
Dpt. Gedrukte Werken, R 1.066 RUSE (M.), ’Flawed intelligence, Flawed design’, in het Virginia Quarterly Review, 2006, vol. 82, nr. 2, blz. 54-77.
Dpt. Gedrukte Werken, R 10.960 TEILHARD DE CHARDIN (Pierre), ‘Le Christ évoluteur’, in Cahiers de la fondation Teilhard de Chardin, Paris, vol. V, 1965, p.
Dpt. Gedrukte Werken, VI 66.995 A SUSANNE (Charles), ’Est si l’évolution humaine m’était contée?’, in L’apprentissage des sciences en question(s), (La Pensée et les Hommes, 48, Nos. 58-59), Brussel: Bruxelles: Centre d’action laïque, 2005, 282 p.
Dpt. Gedrukte Werken, B 38.987 VAN BENEDEN (Edouard), ‘La biologie et l’histoire naturelle’, in Bulletins de l’Académie royale des sciences, des lettres et des beaux-arts de Belgique , 1883, 3e série, vol. 6, p. 869.
Dpt. Gedrukte Werken, ST 86 VAN BENEDEN (Edouard), ‘Recherche sur la maturation de l’oeuf, la fécondation et la division cellulaure’, in Archives de biologie Gand, vol. 4, 1883, p. 265-640.
Dpt. Gedrukte Werken, R 646 VAN DYCK (Marie-Claire) et LAMBERT (Dominique), ’L’université de Louvain et le Saint-Office’, in Louvain, nr. 177, 2009. ++++ Monografieën ARNOULD (Jacques), Dieu versus Darwin . Les créationnistes vont-ils triompher de la science ? Paris: Albin Michel, 2007, 317 p.
Dpt. Gedrukte Werken, 9 A 2007 2.264 BARLOW (Nora) (ed.) , The autobiography of Charles Darwin. New York: Harcourt, Brace and Company, 1958, 253 p.
Dpt. Gedrukte Werken, VI 72.039 A BÜCHNER (Lüdwig) Conférences sur la théorie darwinienne de la transmutation des espèces et de l’apparition du monde organique. Traduit de l’allemand d’après la seconde édition par A. Jacquoit, Leipzig : Théodore Thomas / Paris : C. Reinwald, 1869, 281 p.
Dpt. Gedrukte Werken, II 20.597 DARWIN (Charles) & WALLACE (Alfred Russel) , Evolution by Natural Selection with a foreword by Sir Gavin de Beer. Cambridge: published for the XVth International Congress of zoology and the Linnean Society of London at the University Press, 1958, 288 p.
Dpt. Gedrukte Werken, VI 67.687 A DARWIN (Charles) Journal of onderzoeken tijdens de reis van HMS 'Beagle'. Londen: T. Nelson & sons, [1845], 2e ed., 543 p.
Dpt. Gedrukte Werken, VI 23.453 A DARWIN (Charles), On the origin of species by means of natural selection, or the preservation of favoured races in the struggle for life. Londen: J. Murray, 1859, 502 p.
Kostbare Werken, VI 68.003 In DARWIN (Charles), The decent of man and selection in relation to sex. Londen: John Murray, 1871, 2 vol.
Kostbare Werken, II 24.133 A DARWIN (Charles), The different forms of flowers on plants of the same species. Londen: John Murray, 1877, 352 p.
Kostbare Werken, II 32.444 A DARWIN (Charles), The expression of the emotions in man and animals. Londen: John Murray, 1872, 374 p.
Kostbare Werken, II 24.694 In DARWIN (Charles), The zoology of the voyage of H.M.S. Beagle. Londen/Smith Elder & Co., 1843, 5 vol.
Kostbare Werken, CL 13.803 DARWIN (Erasmus), Zoonomia or the Laws of organic life. Londen: T. Bensley, 1801, 4 vol.
Kostbare Werken, VB 4.469 5 DARWIN (Francis), La vie et la correspondance de Charles Darwin avec un chapitre autobiographique . Publiés par son fils M. Francis Darwin. Traduit de l’anglais par Henry C. de Varigny, docteur en sciences., Paris : C. Reinwald, 1888, 2 vol.
Dpt. Gedrukte Werken, II 49.154 A DE BONT (Raf) , Darwin’s kleinkinderen: de evolutieleer in België, 1865-1945 . Nijmegen: Vantilt, 2008, 528 p.
Dpt. Gedrukte Werken, 9 A 2008 787 DE DORLODOT (Henry) , Le Darwinisme au Point de vue de l’orthodoxie catholique, vol. 1, l’origine des espèces. Bruxelles et Paris : Vroman & co., 1921, 193 p.
Dpt. Gedrukte Werken, R 3.395 de LAMARCK (Jean-Baptiste) , Philosophie zoologique ou exposition des considérations relatives à l’histoire naturelle des animaux. ed. Ch.Martins, Paris: librairie F. Savy, 1873, 2 vol.
Dpt. Gedrukte Werken, II 84.098 A d’OMALIUS d’HALLOY (Jean-Baptiste) , Eléments de géologie. Paris: FG Levrault, 1831, 559 p.
Dpt. Gedrukte Werken, II 27.336 A d’OMALIUS d’HALLOY (Jean-Baptiste) , Des races humaines ou éléments d’ethnographie . 5ième éd., Bruxelles: Muquardt, 1869, 157 p.
Dpt. Gedrukte Werken, II 24.131 A. DESMOND (Adrian) et MOORE (James), Darwin . De biografie. Amsterdam: Nieuw Amsterdam, 2009, 960 p. ERRERA (Léo), Une leçon élémentaire sur le darwinisme Bruxelles: Henri Lamertin, 1904, 2ième éd., 85 p.
Dpt. Gedrukte Werken, II 84.041 A EVERITT (Graham) , English caricaturists and graphic humourists of the nineteenth century. 2ième ed., London, 1893, 427 p.
Dpt. Gedrukte Werken, II 66.536 A FILON (Auguste) , La caricature en Angleterre. Paris: Hachette et Cie., 1902, 282 p.
Dpt. Gedrukte Werken, II 81.356 A GAVIN RYLANDS DE BEER (Gavin Rylands) , Atlas van de Evolutie. Amsterdam-Brussel: Elsevier, 1966, 200 p.
Dpt. Gedrukte Werken, VI 95.257 C HERBERT (Sandra) (ed.) , The Red notebook of Charles Darwin. Londen: British Museum, Ithaca-Londen: Cornell University Press, 1980, 164 p.
Dpt. Gedrukte Werken, R 20.542 6 HULL (David) , Darwin and his critics. The reception of Darwin’s theory of Evolution by the scientific community. Cambridge Massachusetts: Harvard University Press, 1973, 473 p.
Dpt. Gedrukte Werken, 7 A 27.829 LAMBERT (Dominique) & REISSE (Jacques) , Charles Darwin et Georges Lemaître, une improbable mais passionnante rencontre . Mémoire de la Classe des Sciences, 3e série, tome XXX, No 2057, Bruxelles : Académie royale de Belgique, 2008, 288 p. LYELL (Charles) , Principles of Geology. Londen: John Murray, 1850, 8e druk, 811 p.
Dpt. Gedrukte Werken, II 2.904 A MILL (John Stuart) , A System of Logic ratiocinative and inductive. Londen, New York, Bombay: Longmans, Green and Co., 1898, 622 p.
Dpt. Gedrukte Werken, VI 23.531 A PALEY (William) , Théologie naturelle ou preuves de l’existence et des attributs de la Divinité, tirées des apparences de la nature . Traduit par Charles Pictet, Genève: Bibliothèque Britannique, 1804, 391 p.
Kostbare werken, VH 2.242 PRICE (R.G.G.) , A History of Punch. Londen: Collins, 1957, 384 p.
Dpt. Gedrukte Werken, VI 62.977 A SMITH (Jonathan) , Charles Darwin and Victorian visual culture. Cambridge: University Press, 2006, 349 p.
Dpt. Gedrukte Werken, 9 B 2006 1.531 THIEME (U.) & BECKER (F.) , Allgemeines Lexikon der bildenden Künstler von der Antike bis zur Gegenwart. Leipzig, 1907-1950, delen XXII-XXIX-XXXII.
Dpt. Gedrukte Werken, III 98.791 A SIS (Peter) De boom van het leven. Leidschendam: Biblion / Tielt: Lannoo, 2005, ongep..
Dpt. Gedrukte Werken, B 2006 2.168 VAN BENEDEN (Pierre-Joseph) & GERVAIS (Paul) , Ostéographie des cétacés vivants et fossiles, comprenant la description et l’iconographie du squelette et du système dentaire de ces animaux,. Paris: A. Bertrand, 1868-1880, LXIV + 634 p.
Kostbare werken, II 36.137 D WALLACE (Alfred Russel) , The Malay Archipelago: The land of the orang-utan, and the bird of paradise. Londen: MacMillan en co, 1869, 2ième éd., 2 vol.
Dpt. Gedrukte Werken, III 1.084 A ++++ Media Anoniem, 'Charles Robert Darwin', in The Times, 21 april 1882, p. 5.
Dpt. Gedrukte Werken, J.E. 196 Anoniem, ‘Mr. Darwin on Worms’, in The Times, London, 10 octobre 1881, p. 4.
Dpt. Gedrukte Werken, J.E. 196 Anoniem, ‘Darwin on the Origin of Species’, in The Times, London, 26 décembre 1859, p. 8.
Dpt. Gedrukte Werken, J.E. 196 Anoniem, ‘Anglicaanse kerk verwerpt creationisme’, in De Morgen, 7 février 2009. Anoniem, ‘The Origin of Species, Dedicated by Natural Selection to Dr. Charles Darwin’, in The Illustrated Times, 16 mai 1863. DORZEE (H.), ’Quand Darwin dérange’, dans Le Soir, 14 avril 2008. DRAULANS (Dirk), ’Darwin’, op VRT/Canvas, 17 novembre 2009. DRAULANS (Dirk), ’Ontdek. 150 jaar Evolutietheorie. 200 jaar Darwin’, in Knack, nr. 4, janvier 2009. DUPLAT (Guy), ’Une recherche exemplaire’, in La Libre 2, www.lalibre.be, 12 février 2009. DUPLAT (Guy), ’Comment être scientifique et croyant’', in La Libre 2, http://www.lalibre.be, in La Libre 2, http://www.lalibre.be, interview avec Bernard Feltz, 30 décembre 2008. DUPLAT (Guy), ’Darwin face au ‘dessein intelligent’’, in La Libre 2 http://www.lalibre.be, interview avec Jacques Reisse, 26 décembre 2008. http://www.hominides.com/html/references/darwin-et-evolution-expliques-aux-enfants-picq-0166.php http://www.linnean.org/index-Darwin200 LACORNE (D.), 'Creationist Revival, in L’histoire, dossier Dieu contre Darwin, nr. 328, février 2008, p. 44-45. LAFORTUNE (A.), ’Darwin et Lemaître, une improbable rencontre’', in Dimanche Express, nr. 7, 15 février 2009.’Dossier. Une nouvelle galerie au Muséum’, in Le Soir, 12 février 2008. 'Dossier. 200 jaar Darwin', in De Standaard, 12 février 2008. Studiedagen / Tentoonstellingen DE BONT (Raf), 'Rien n’est aussi vague que ce terme d’Evolution. De avonturen van het Darwinisme in België, 1859-1959’, in De wetenschap van evolutie, (Openbare lezingenreeks, Katholieke Universiteit), Leuven, 17 mars 2009. GAYON (J.), ’Darwin et Wallace: un débat constitutif pour la théorie de la sélection naturelle’, in L’Evolution aujourd’hui, (Colloque 29-31 janvier 2009, Académie royale de Belgique), Bruxelles, 31 janvier 2009. Darwin, sa vie, son oeuvre, [tentoonstelling], Institut Zoologique, ULg, Liège, 15 mars – 15 novembre 2009. L’héritage de Darwin, [tentoonstelling], Centre d’Action Laïque, ULB, Bruxelles, 10 février – 30 mars 2009.

Bijlagen

Zoek op de site

Zoekopdracht