De evolutietheorie van Darwin, de sensatie van de 19de eeuw ?

PERCEPTIE & POPULARISERING VAN HET ‘DARWINISME’

Onder ’Darwinisme’ verstaat men de beweging die is voortgevloeid uit de formulering van de ’evolutieleer van Darwin’. Het gebruik van de term ‘Darwinisme’ duidt aan dat achter de wetenschappelijke theorie een ideologie wordt gesuggereerd, niet altijd zonder een negatieve connotatie. Ofwel slaat de term enkel op de wetenschappelijke evolutieleer, zoals ze door Darwin werd ontwikkeld en sindsdien nog steeds wordt getest en verder wordt ontwikkeld. Ofwel duidt de term op de interpretatie van de evolutieleer, ontstaan uit de ideologische debatten en waardoor misvattingen of een sterk vereenvoudigde vorm van de evolutieleer in de maatschappij werden verspreid.

Engeland tijdens het Victoriaans tijdperk (19de eeuw)

Darwin vond de aanvaarding van zijn theorie door de toenmalige wetenschappers zeer belangrijk. Hij verwachtte kritiek op de inhoud van zijn boek, niet zozeer op de methodologie omdat hij op dat gebied zeker van zijn stuk was. De wetenschapsfilosofen die – vaak beter dan de wetenschappers zelf – de wetenschappelijke methode onderzoeken, hadden een enorme invloed in het negentiende eeuwse Victoriaanse tijdperk.
Darwin kon er over het algemeen wel mee om dat zijn theorie door theologen (ongetraind in wetenschappelijk onderzoek) en door sterk gelovige wetenschappers verguisd werd. Maar wat hij niet had voorzien is dat zelfs ook de meest gerespecteerde wetenschappers en filosofen hem een gebrek aan wetenschappelijkheid verweten. Deze kritiek kwam voort uit de populaire wetenschapsfilosofie van die tijd en werd niet door religieuze motieven ingegeven.
Darwin’s methodologie werd o.a. door Adam Sedgwick – zijn voormalige hoogleraar geologie – zwaar onder vuur genomen omdat ze niet voldoende inductief was. De inductieve methode, met Isaac Newton als toonbeeld, gold in de negentiende eeuw als de enige methode voor natuurwetenschappelijk onderzoek. Ze vertrekt van een brede waaier aan feiten waaruit algemene conclusies worden getrokken. De theorie van Darwin daarentegen werkte volgens Sedgwick in de omgekeerde richting. Een hypothese werd getoetst aan feiten om zo tot een conclusie te komen.
Darwin was er echter van overtuigd dat hij zijn theorie had geformuleerd en uitgetest op een manier die evenwaardig was aan wat de toonaangevende wetenschappers van zijn tijd deden. Hij had wel degelijk ontelbare gegevens verzameld om zijn theorie te ondersteunen, maar hij kon ze onmogelijk allemaal beschrijven in zijn boek. Darwin twijfelde er dus niet aan dat hij de inductie volgens de toenmalige wetenschapsfilosofische standaarden had toegepast.

Anonyme, ’Charles Robert Darwin’, in The Times du 21 avril 1882, p.5.

Departement Gedrukte Werken, J.E. 196

Kort na Darwin’s dood verschenen er enkele lovende berichten over hem in The Times. Met een terugblik op de consternatie die ontstaan was na de publicatie van On the Origin of Species en zijn hoogtepunt kende in de beroemde discussie op de Oxfordbijeenkomst in 1860, wil de (anonieme) auteur van het artikel benadrukken dat deze commotie slechts van korte duur was. De wetenschappelijke wereld erkende meteen de invloed van deze theorie op de biologie. Prof. Thomas Henry Huxley (1825-1895), ook wel de buldog van Darwin genaamd, was één van de grootste verdedigers van Darwin’s theorie. Huxley wordt in dit artikel geciteerd en hij pretendeert dat er de laatste tien jaar geen werk was verschenen dat meer invloed had uitgeoefend op de natuurwetenschappen dan de ’Origin of Species [5].

GAVIN RYLANS DE BEER, Atlas van de Evolutie, Amsterdam-Brussel: Elsevier, 1996, 200 p.

Departement Gedrukte Werken, VI 95.257 C

Sir Gavin De Beer (1899–1972) was een Engelse bioloog en humanist die zich toelegde op verschillende domeinen van de wetenschap. Hij schreef over de embryologie, de vergelijkende anatomie en wetenschapsgeschiedenis. Hij heeft een belangrijke en originele bijdrage geleverd aan de evolutietheorie van Darwin, door onder meer zijn analyse van de relatie tussen de ontwikkeling van het embryo en de evolutionaire verandering in zijn boek ’Embryology and evolution’ (1930).

Als directeur van het departement ‘Natural History’ in het British Museum organiseerde hij talrijke tentoonstellingen over de evolutie. Hij gaf ook de Atlas of Evolution (1964) uit die werd vertaald in het Duits, Nederlands en Spaans. Hij was een expert in het leven en werk van Darwin. Omwille van zijn verdienste in de evolutionaire biologie ontving hij in 1958 de Darwin Medal of the Royal Society.
De Darwin Medal of the Royal Society is de wetenschappelijke prijs die door de Royal Society of London wordt uitgereikt voor ‘work of acknowledged distinction in the broad area of biology in which Charles Darwin worked’. In 1890 mocht Alfred Russel Wallace de eerste medaille in ontvangst nemen voor de ontwikkeling van zijn theorie over het ontstaan van de soorten door natuurlijke selectie, onafhankelijk van Darwin. De prijs bestaat anno 2008 nog steeds. De Linnean Society of London heeft in 1908 de Darwin-Wallace Medal ingesteld, waarvan Wallace ook een van de eerste gelauwerden was.

Hoe het ook zij, of Darwins theorie volledig kan worden aanvaard of niet, het is belangrijk te onthouden dat de kritiek – opbouwend of afbrekend – als dé essentie van het wetenschappelijke werk is. Om het in de woorden van Huxley te zeggen: we moeten ons behoeden voor ‘consumptie van kennis’:
History warns us, however, that it is the customary fate of new truths to begin as heresies and to end as superstitions; and, as matters now stand, it is hardly rash to anticipate that in another 20 years, the new generation, educated under the influences of the present day, will be in danger of accepting the main doctrines of the Origin of Species with as little reflection, and it may be with as little justification, as so many of our contemporaries 20 years ago, rejected them. Against any such a consummation let us all devoutly pray; for the scientific spirit is of more value than its products, and irrationally-held truths may be more harmful than reasoned errors. Now, the essence of the scientific spirit is criticism. [..] A theory is a species of thinking, and its right to exist is co-extensive with its power of resisting extinction by its rivals. [6]

[1 S.F. HARMER, archivaris/conservator dpt. Zoölogie, British Museum (Natural History), ‘Memorials of Charles Darwin’, in British Museum (Natural History), Special guide, nr. 4, London, 1909.

[2Fixisten verklaren dat soorten niet veranderen of verdwijnen behalve onder invloed van hun omgeving. Zie het Lexikon, p. 45.

[3Waarschijnlijk wordt hier de brief bedoeld van 5 sept 1857, in Vie et correspondance de Charles Darwin, p. 625-633.

[4‘Darwin, Charles Robert’, in Elsevier Encyclopedie, vol. 7.

[5The Times du 21 avril 1882, p. 5.

[6The Times , 21 april 1882, p.5.

[7VAN DYCK (Marie-Claire) & LAMBERT (Dominique), L’Université de Louvain et le Saint-Office, dans Louvain, nr. 177, 2009.

[8 http://www.cofe.anglican.org/darwin...: “Good religion needs good science.”



















info visites 283449

     COCOF
                      Avec le soutien de la Commission
                           communautaire française