De evolutietheorie van Darwin, de sensatie van de 19de eeuw ?

Evolutie en adaptatie vóór Darwin

De idee van evolutie is niet nieuw en de evolutietheorie van Darwin is slechts een evolutietheorie. Over de evolutie werden reeds eerder theorieën neergeschreven, maar het is Darwin’s persoonlijke verdienste om de natuurlijke selectie als dé motor te zien achter de evolutie. Jarenlange observatie en experimenten mondden uit in een theorie die nu nog steek houdt zodat Darwin de ‘stichter van de moderne evolutietheorie’ [4] wordt genoemd.

De theorie van Darwin is niet eenvoudig. Ze bestaat uit meerdere elementen waarover biologen, geologen, filosofen enz. het niet altijd onderling eens zijn. De theorie van Darwin kan dus door bepaalde geleerden worden aanvaard, maar dat betekent ook niet noodzakelijk dat die wetenschapper het eens is met alle elementen van de theorie. Voornamelijk het element van de natuurlijke selectie wordt erg bediscussieerd.

William PALEY, Théologie naturelle ou preuves de l’existence et des attributs de la Divinité, tirées des apparences de la nature. Traduit par Charles Pictet, Genève: Bibliothèque Britannique, 1804, 391 p.

Kostbare Werken, VH 2.242 A

Niettegenstaande Darwin reeds geboeid was door het ‘pre-evolutionistische’ gedachtegoed van zijn grootvader, groeide hij op in de geest van de natuurlijke theologie. De jonge Darwin maakte in Cambridge kennis met het werk van de Engelse naturalist en theoloog, William Paley (1743-1805), die in de observatie van de (harmonieuze) natuur de bewijzen vond voor het bestaan van een ‘intelligent creator’. Alles was gemaakt volgens een ‘plan’ en volgens een perfecte analogie die alles op deze aarde verenigde. Om het principe van het doelgerichte mechanisme te illustreren, verwees hij in zijn theorie naar de observatie van het oog die naar zijn mening van dergelijk vernuft getuigde dat het enkel mogelijk kon zijn door een vooraf ontworpen plan. Paley sprak dan wel over natuurlijke processen maar deze werden vanzelfsprekend veroorzaakt door een goddelijk brein.

Jean Baptiste de LAMARCK, Philosophie zoologique ou exposition des considérations relatives à
l’histoire naturelle des animaux
. Ed. Ch. Martins, Paris: librairie F. Savy, 1873, 2 vols.

Departement Gedrukte Werken, II 84.098 A

‘Evolutie’ was in wetenschappelijke kringen niet onbekend, zij het onder de zeer controversiële vorm van het transformisme van Jean-Baptiste de Monet, ridder de Lamarck (1744-1829). Lamarck beschreef in zijn Philosophie zoologique (1809) de invloed van de omgeving op de verandering van de soorten. De oorzaak van de verandering van soorten lag in het gedrag van de individuen: de nek van de giraf werd langer omdat vele generaties giraffen hun voedsel steeds hoger in de bomen gingen zoeken. Na verloop van tijd werd dit kenmerk, dat van wezenlijk belang was voor de levensomstandigheden van de soort, erfelijk, en werden giraffen met een steeds langere nek geboren. De evolutie bij Lamarck was een ontplooiing van de soort, een ‘verticale evolutie’. Deze zogenaamde ‘verticale evolutie’ zal Darwin later weerleggen door de verklaring van transformaties in de natuurlijke selectie te zoeken, in de onderlinge strijd tussen soortgenoten, de ‘horizontale evolutie’.

Met Lamarck werd dus al afgestapt van de joods-christelijke visie die de natuur beschouwde als een Schepping, een gerichte wilsdaad van God. De Bijbel, het boek Genesis, bood niet langer een betrouwbare verklaring voor het ontstaan en de diversiteit van levende organismen. De studie van de fossielen in de negentiende eeuw zal in deze overtuiging een niet onbelangrijke rol spelen.

Alfred Russel WALLACE, The Malay Archipelago: The land of the orang-utan, and the bird of
paradise
. London: MacMillan and co., 1869, 2e éd. 2 vols.

Departement Gedrukte Werken, III 1.084 A

Voordat Alfred Russel Wallace (1823-1913) de Malay archipel aandeed, had hij reeds een reis ondernomen naar het Amazonegebied om de oorzaken van de organische evolutie te achterhalen. Hij heeft toen veel biologische monsters van vogels en insecten verzameld. Maar tijdens de laatste expeditie brak er brand uit op het schip met het verlies van zijn verzameling uit de Amazone tot gevolg.

Dankzij een beurs van de Royal Geographical Society kon Wallace een dik jaar later koers zetten naar de Malay archipel. Over een afstand van 14.000 mijl legde hij een verzameling aan van 126.500 specimens waaronder 200 nieuwe vogelsoorten en meer dan duizend nieuwe insecten. Zijn bevindingen uit deze tocht schreef hij in 1869 neer onder de titel ’The Malay Archipelago: the land of the orang-utan, and the bird of paradise’. De regio was de perfecte uitvalsbasis voor de studie van de geografische spreiding van soorten en om tot een verklaring te komen van het evolutionaire proces.

[1 S.F. HARMER, archivaris/conservator dpt. Zoölogie, British Museum (Natural History), ‘Memorials of Charles Darwin’, in British Museum (Natural History), Special guide, nr. 4, London, 1909.

[2Fixisten verklaren dat soorten niet veranderen of verdwijnen behalve onder invloed van hun omgeving. Zie het Lexikon, p. 45.

[3Waarschijnlijk wordt hier de brief bedoeld van 5 sept 1857, in Vie et correspondance de Charles Darwin, p. 625-633.

[4‘Darwin, Charles Robert’, in Elsevier Encyclopedie, vol. 7.

[5The Times du 21 avril 1882, p. 5.

[6The Times , 21 april 1882, p.5.

[7VAN DYCK (Marie-Claire) & LAMBERT (Dominique), L’Université de Louvain et le Saint-Office, dans Louvain, nr. 177, 2009.

[8 http://www.cofe.anglican.org/darwin...: “Good religion needs good science.”



















info visites 283447

     COCOF
                      Avec le soutien de la Commission
                           communautaire française