9(1)

5. Terreinafbakening

Industriële archeologie houdt zich bezig met de industriële periode, d.w.z. de periode waarin industriële processen domineren. Een « industrieel proces » kan omschreven worden met een eenvoudige formule :
- iemand
- produceert
- ergens
- iets
- voor iemand anders.

5.1. Ergens

Elk industrieel proces speelt zich in een bepaalde ruimte af. De industriële archeologie zal o.m. belangstelling tonen voor de vestigingsplaats en de vestigingsfactoren, voor alle bouwkundige en architecturale aspecten, voor de functionele organisatie van de ruimten waarbinnen de productie, of één of ander facet van het economisch proces zich afspeelt.

5.2. Produceren

De productie speelt zich af met machines en werktuigen, waarvoor één of andere vorm van aandrijving vereist is. Welke zijn deze ? Hoe worden zij op mekaar en op ruimtelijke elementen afgesteld ?...

5.3. Iemand

Fundamenteel in het industrieel proces is de mens, die ofwel door zijn arbeid, of door inbreng van kapitaal het proces mogelijk maakt. De woon- en de werkomstandigheden, zowel van arbeiders, maar ook van andere groepen binnen de maatschappij, zijn fundamenteel voor een begrip van de industriële maatschappij.

5.4. Iets

Om met machines een bepaald product te maken heeft men grondstoffen nodig. Welke producten en welke grondstoffen worden gebruikt ? Hoe verloopt de vertikale integratie binnen het bedrijf of tussen bedrijven 7 Welk is de kwaliteit en de kwantiteit van de moderne massa-productie ?

5.5. Voor iemand

De geproduceerde goederen moeten vervoerd worden naar de verkoopspunten, net zoals de grondstoffen moeten vervoerd worden naar de productiekernen. Transport wordt één van de belangrijkste aders, maar ook knelpunten, binnen het industrieel proces. Hoe worden de goederen aan de man gebracht ? Welke zijn de verkoopstechnieken en de verkoopskanalen ? Welk is de rol van de communicatiestructuur binnen dit economisch gebeuren, en van het financiewezen ?...

5.6. Toe te passen op alle sectoren !

Dit schema kan op elke nijverheidstak afzonderlijk, op elk economisch proces binnen de industriële maatschappij toegepast, óók op de landbouwsector. De industriële archeologie houdt zich immers bezig met de globale industriële maatschappij. Hoe deze moet/kan gevoed worden met een procentueel steeds afnemend boerenbestand, is een cruciale vraag ! De mechanisatie, de nieuwe vormen van hoeve-uitbatingen, kunstmeststoffen, tot en met het opduiken van prikkeldraad rond de landerijen, vormen fundamentele onderwerpen.

6. Chronologische afbakening

Het is duidelijk dat, vanuit hogervermelde standpunten, zich een afbakening beperkt tot de industriële maatschappij opdringt.

Het begin van de industriële periode - met de z.g. « Industriële Revolutie » - gebeurde niet overal op hetzelfde ogenblik, en niet overal op dezelfde wijze. Alhoewel men de Industriële Revolutie symbolisch in 1709 laat beginnen (met de eerste cokes-hoogoven van Abraham Darby I), kan men voor de meeste fenomenen géén scherpe chronologische terminus post quem aangeven. Daarenboven, om bepaalde feiten en evoluties te kunnen begrijpen en op hun waarde te kunnen toetsen, dient men een aantal rechtstreekse antecedenten te kennen : zo kan men bv. niet begrijpen wat het revolutionaire in de Darby-methode was, wanneer men niet weet hoe een hoogoven voordien gestookt werd. Het heeft echter géén zin om de ijzernijverheid bij Grieken en Romeinen te bestuderen, om een verklaring te vinden voor het gebeuren in 1709...

Als einddatum werd oorspronkelijk het midden van de 19de eeuw genomen, omdat dan de cruciale periode van de industriële revolutie voorbij leek. Dit eerste standpunt is men echter steeds meer gaan relativeren, naarmate nieuwe onderzoekingen steeds meer relaties blootlegden, en de nadruk steeds meer kwam te liggen op de ontwikkelingsdynamiek van de industriële maatschappij. Op dit ogenblik is de industriële periode nog steeds niet voorbij, en is de periode die de industriële archeologie bestrijkt in principe nog steeds niet afgesloten. De olieraffinaderij van vandaag kan morgen reeds op het programma ingeschreven worden, en mogelijk vormt men nog ooit een kerncentrale tot museum om...

[1Le règne de la Machine. Rencontre avec l’Archéologie industrielle, Bruxelles, 1975, pp. 36 à 43.

[2Idem, Bruxelles, 1975, p. 168.

[3Voir plus loin J. Liébin, La restauration et la réhabilitation des objets, musées et sites.

[4F. Chantry, Les cents chaufours d’Antoing à Tournai, Tournai, 1979, 320 pages.

[5 Voir J.-P. Ducastelle, Les carrières de Maffle, un site d’archéologie au pays d’Ath, dans Bulletin trimestriel du Crédit communal de Belgique, n°111, janvier 1975, pp. 35 à 47 ; Idem, Archéologie industrielie, dans le patrimoine du pays d’Ath. Un premier bilan, dans Etudes et documents du Cercle royal d’Histoire et d’Archéologie d’Ath et de la région, II, Ath, 1980 pp. 228 à 287.

[6Voir «  Les doigts dans l’engrenage » ou « ceux qui ont fait tourner Tournai », catalogue de l’exposition organisée par la Jeune Chambre économique de Tournai et la Maison de la Culture de Tournai, Tournai, 1977, 124 pages.

[7Compagnie du Canal du Centre, rue des Peupliers, 69 à 7058 Thieu.

[8Liège, 181, 183 pages.

[9Voir aussi la plaquette « Hainaut, terre d’industrie  » publiée par la Fédération du Tourisme du Hainaut 31, Rue des Clercs à Mons, 1983, 95 pages.

[10Voir A. Linters, Industriële Archeologie en Industrieel Erfgoed, dans Extern, IX, (1980), n° 3, pp. 157 a 166 ; Industrieel Erfgoed in Limbourg, 1980, 148 pages.

[11L Administration de la Protection du Patrimoine culturel (Communauté française) a également procédé à la protection de certains sites industriels, comme le charbonnage du Hazard à Cheratte.

[12Cet Inventaire d’archéologie industrielle est consultable aux Archives d’Architecture Moderne, 14 rue Defacqz à 1050 Bruxelles (tel. 02/537.87.45).

[13Ateliers du Bois-du-Luc, rue Saint-Patrice à 7071 Houdeng-Aimeries (La Louvière).

[14A. Thijs, «  Industriële Archeologie » of de « Geschiedenis van de materiële cultuur » ? - ervaringen bij de studie van oude Antwerpse pakhuizen. In : Centrum voor Industriële Archeologie, 1, 2 april 1975, blz. 19-22.

[15Op grond van art. 1 lid 5 van de Archiefwet van 24 juni 1955 kunnen archieven van bijzondere personen of private verenigingen op verzoek van de betrokkenen, naar het Rijksarchief worden overgebracht.

[16H. Coppejans-Desmedt, Gids van de Bedrijfsarchieven bewaard in de openbare depôts van België. Guide des Archives d’Entreprises conservées dans les dépôts publics de la Belgique. Brussel-Bruxelles, 1975 (Ministeries van Nationale Opvoeding en Cultuur - Ministères de l’Education Nationale et de la Culture. Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën - Archives générales du Royaume et Archives de l’Etat dans les Provinces). Voor de aanwinsten van het Rijksarchief sedert 1975, raadplege men de Jaarverslagen van de inrichting.

[17 A. Linters, Het Decreet op de bescherming van het roerend cultureel erfgoed. In : Tijdschrift industrieel erfgoed, 1 ste jg., nr 2, juni 1983, blz. 3-10.

[18W. Bonquet, De Administratie der Registratie en Domeinen en haar archief. Handzame, 1971 (Familia et Patria).

[19Verzameling der Uitvindingsbrevetten (Nijverheidsoctrooien) ; Recueil officiel des marques de fabrique et de commerce déposées en Belgique en conformité de la loi du 1er avril 1879.

[20N. Caulier-Mathy, Les archives de l’Administration des Mines. In : Histoire économique de la Belgique. Traitement des sources et état des questions. Economische Geschiedenis van België. Behandeling van de Bronnen en Problematiek. Actes du Colloque de Bruxelles. Handelingen van het Colloquium te Brussel, 17-19 nov. 1971. Bruxelles-Brussel, 1972, blz. 171-193 (Archives générales du Royaume et Archives de l’Etat dans les Provinces - Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën).

[21Zie voor deze interessante bron, ontstaan vanaf 1824 : Cl. Roose, Het fonds « gevaarlijke en ongezonde gebouwen » : een belangrijke bron voor de industriële archeologie. In : Centrum voor Industriële Archeologie, I, 1 jan. 1975, blz. 11-13. Men raadplege verder de inleidingen van de volgende inventarissen : M. Bourguignon, Inventaire des dossiers concernant les usines et ateliers déposés par l’Administration provinciale du Luxembourg (1831-1954), Brussel, 1964 ; en G. Hansotte, Archives de la province de Liège. Maintenues et permissions d’usines, Brussel 1967 en Dezelfde, Inventaire des archives de la province de Liège. I - Mines, Minières, Carrières : instruction des demandes en concession ou permission ; surveillance et police des exploitations. II- Surveillance des usines établies sur les cours d’eau, Brussel, 1978, de drie laatste inventarissen gepubliceerd door het Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën.

[22A. Zoete, De Documenten in omloop bij het Belgisch Kadaster (1835-1975). Brussel, 1979 (Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën. Miscellanea archivistica XXI).

[23J. Van Oosterweyck, Het Archiefwezen in België. Brussel, 1969, blz, 108 (Vereniging van Belgische Steden en Gemeenten).



















info visites 176481

     COCOF
                      Avec le soutien de la Commission
                           communautaire française