5(1)

Het, tot nu toe, oudste bewijs van het bestaan van het veegmes
is een miniatuur uit een Franse vertaling van het Rustican du cultivement
van Petrus de Crescentiis, gedateerd van 1373 (afb. 1) [1].
Men ziet er
een smid op die een hoef bewerkt. Zijn veegmes bestaat uit een hecht
op een betrekkelijk lange ijzeren stang, die in een blad eindigt. Het uiteinde van dat blad is scherp. Met zo’n werktuig steekt de vakman het
hoorn af. Hij duwt het veegmes naar voren. Om te vermijden dat zijn vingers tegen de hoef stoten, liggen hecht en blad niet in hetzelfde vlak. Opmerkelijk is dat het werkend deel hier boven het handvat afgebeeld werd.
Onmogelijk is dat niet, maar toch weinig waarschijnlijk. Men mag zich afvragen of de kunstenaar het werkutig niet ondersteboven getekend
heeft.

Afb.3.

Zo’n veegmes vinden wij ook elder, b.v. in Italië op het waarschijnlijk recenter fresco De Christus van de ambachtslui in de kathedraal
van Biella (rechts boven de beslagbijl) (afb. 3). Wij treffen het nog aan
in het gereedschap van de negentiende eeuwse hoefsmid. De stang
is eveneens nagenoeg haaks gesmeed (Sloane, 1964) of zacht gebogen (Brandford, 1974), ook wel S-vormig (Jaffeux & Prival, 1975). Haar
lengte schommelt tussen 10 en 30 centimeter. Het gedeelte van de
stang, waarop het hecht bevestigd is, is soms uitgesmeed als steun voor
de duim van de smid, en als haak om het werktuig tegen te houden (afb.
2) [2].
Meestal duwt de vakman het werktuig met zijn rechter hand. De voorarm of het uiteinde van het hecht rust op de dij of de buik (Lafosse,
1771) ; daarom is het uiteinde van de greep soms zeer breed of min of
meer T-vormig. De linkerhand rust dan op het vertikaal gedeelte of de
boog, en stopt de voorwaartse beweging. Het veegmes is immers én
voor de helper én voor het paard een gevaarlijk werktuig (Allarousse,
1924), waar de smid steeds een goede greep moet op hebben [3].
Merkwaardig is dat men deze middeleeuwse vorm van veegmes
hoofdzakelijk in Groot-Brittanje [4]
en de Verenigde Staten aantreft. Op
het vaste land evolueerde het werktuig verder.

Afb.4.

Op een blazoen in het graduale van Lomnice nad Popelkou (Bohemen), daterend van 1578-82, vinden wij een duidelijke afbeelding van
veegmes (afb. 4) [5].
Het gelijkt sterk op het hierboven besproken model
behalve dat de stang waarop het blad gesmeed is, achter het vertikaal
gedeelte doorloopt.

[1 Parijs, B.N. ms. fr. 12.330 f° 214 v°. Over de hoefstal zie David, 1981.

[2 William Marples & Sons, Sheffield, Price List 1909 : 130 nr 4514.

[3 Lafosse (1771) raadt de leerjongen aan met het veegmes op dode paarden te oefenen.

[4 Hoewel Lavalard (1919) schrijft dat het veegmes in dat land niet gebruikt wordt.

[5 Praha, Univ. bib. cod. XVII A 53/b f° 233.

[6 Maison Dutry-Colson, Gent, Catalogue général du petit outillage, n° 610, 480 (1911).

[7 Museum voor de Oudere Techniekden. inv. nr 81.103.



















info visites 168987

     COCOF
                      Avec le soutien de la Commission
                           communautaire française