5(1)

MISCELLANEA

Het Museum voor de Oudere Technieken

Na jaren onderhandelen wordt een Museum voor de Oudere Technieken met de
hulp van de Belgische Boerenbond en het Ministerie van Nederlandse Cultuur op
een zeer geschikte plaats, d. i. Grimbergen, ingericht. Vier gebouwencomplexen
werden ter beschikking gesteld, namelijk Guldendal, de Charleroyhoeve, de Liermolen en de Tommenmolen.

Het is de bedoeling van het Museum voor de Oudere Technieken de geschiedenis van
de technieken te bevorderen en te verspreiden. Daarvoor wordt al de mogelijke documentatie samengebracht, d. w. z. werktuigen en machines, produkten, technische geschriften, studies, handelscatalogi, foto’s e. d. m. zonder begrenzing van onderwerp, tijd of ruimte. Dat materiaal dient voor de tentoonstellingen en voor de studie. Bibliotheek en reserves zijn dan ook zo ingericht dat een
vorser vlug weet wat er op het museum te vinden is, en de documentatie gemakkelijk kan gebruiken. De tentoonstellingen hebben een dubbel doel. De blijvende
tentoonstellingen zorgen hoofdzakelijk voor de vulgarisatie. De tijdelijke eveneens, maar zij zullen bovendien ingeschakeld zijn in het wetenschappelijk werk
van het museum ; ze zullen immers vaak de aandacht vestigen op een of ander
te bestuderen probleem. Het programma van het Museum voorziet tenslotte nog
in de demonstraties, lezingen en publikaties.

Vanaf 15 mei 1982 zullen de eerste zalen voor bezoekers toegankelijk zijn. Ze
betreffen het vervoer te lande (Liermolen), het malen (Liermolen) en het dorsen
(Tommenmolen). Een tijdelijke tentoonstelling over « Reclame, bron voor de geschiedenis van de technieken » (Guldendal), wil het publiek waarschuwen voor
verdere vernieling van een onvervangbare bron voor de geschiedenis van de
technieken. Met het oog op de verdere uitbouw zoekt het Museum intensief naar
werktuigen, technische handboeken, handelscatalogi, e.d.m. Het ligt immers in
de bedoeling van de inrichters in een volgende fase een aantal nieuwe zalen te
openen : de nog niet besproken stappen van de graanproduktie en -verwerking
(wat de landbouw betreft, werd de geschiedenis van een graankorrel als leidraad
genomen), de hout-, metaal- en steenbewerking, de energie ...

Sekretariaat, bibliotheek, catalogi (Guldendal 20, 1850 - Grimbergen ; tel.
02/267. 67. 71) : elke werkdag van 9 tot 16 uur.

Blijvende tentoonstellingen : tot eind september, elke dag (behalve maandag)
van 14 tot 16 uur. Weekeind van 10 tot 12 en van 14 tot 16 uur.

Tijdelijke tentoonstellingen (Guldendal) : elke dag van 10 tot 12 en van 14 tot 16
uur.

Après des années de négociations, un « musée des techniques anciennes » (Museum voor de Oudere Technieken) est créé avec l’aide du Belgische Boerenbond
et du Ministère de la Culture néerlandaise dans un site particulièrement favorable, à Grimbergen. Quatre complexes de bâtiments, Guldendal, la ferme Charleroy,
et les moulins Liermolen et Tommenmolen ont été mis à la disposition de
l’entreprise. Le Museum voor de Oudere Technieken aura pour but de promouvoir
la recherche en histoire des techniques et de rendre cette dernière accessible
au public. Pour ce faire, le musée rassemble systématiquement toute la documentation
possible, outils et machines, produits, littérature technique, études,
catalogues commerciaux, photos, etc., sans restriction de sujet, de temps ou de
lieu. Ce matériel sert pour les expositions et pour l’étude. Pour cette raison, bibliothèque et réserves sont organisées de façon que le chercheur sache rapidement ce qu’il peut trouver au musée et puisse l’utiliser facilement. Les expositions ont un double but. Les expositions permanentes sont principalement destinées à la vulgarisation. Les expositions temporaires également, mais celles-ci
participeront de plus au travail scientifique du musée ; elles mettront, en effet,
souvent l’accent sur l’un ou l’autre problème à étudier. Le programme du musée
prévoit enfin des démonstrations, des conférences et des publications. Les premières salles seront ouvertes au public à partir du 15 mai 1982. Elles concernent
le transport sur terre (Liermolen), la mouture (Liermolen) et le battage (Tommenmolen). Une exposition temporaire traitant de « La publicité, source pour l’histoire des techniques » (Guldendal) cherche à sensibiliser le public au problème de
la destruction d’une source irremplaçable pour l’histoire des techniques.

[1 Parijs, B.N. ms. fr. 12.330 f° 214 v°. Over de hoefstal zie David, 1981.

[2 William Marples & Sons, Sheffield, Price List 1909 : 130 nr 4514.

[3 Lafosse (1771) raadt de leerjongen aan met het veegmes op dode paarden te oefenen.

[4 Hoewel Lavalard (1919) schrijft dat het veegmes in dat land niet gebruikt wordt.

[5 Praha, Univ. bib. cod. XVII A 53/b f° 233.

[6 Maison Dutry-Colson, Gent, Catalogue général du petit outillage, n° 610, 480 (1911).

[7 Museum voor de Oudere Techniekden. inv. nr 81.103.



















info visites 176513

     COCOF
                      Avec le soutien de la Commission
                           communautaire française