4(4)

DE MIDDELEEUWSE HOEFSTAL

Johan DAVID
Conservator,
Museum voor de Oudere Technieken, Grimbergen

Résumé

L’auteur cherche à déterminer l’âge et l’aspect du travail de maréchalferrant au moyen âge. La première trace de son existence date d’environ
1200.

Abstract

Author examines how the medieval trave for horse-shoeing was and how
old it is. The first evidence he found, dates from about 1200.

Afb. 1

Afb.2

De Hoefstal, ook noodstal en travalje [1] genoemd, bestaat
hoofdzakelijk uit vier houten met elkaar verbonden stijlen, waartussen
een paard of een rund tijdens het beslaan of tijdens een medische bewerking geplaatst kan worden. Aldus is het werk van de hoefsmid lichter - men moet het dier niet vasthouden, de poot rust op één van de horizontale balken of stangen -, en veiliger omdat het dier niet kan springen
of slaan.

Deze studie loopt niet over de min of meer vernuftige en nuttige
wijzigingen, die het toestel in de loop van de 19de en de 20ste eeuw onderging.
Ze wil enkel nagaan hoe de gewone hoefstal, die in « geen enkel
van de talrijke steden en dorpen » (Radcliff, 1819) ontbrak, er in de middeleeuwen uitzag, en hoe oud hij is.

De hoefstal van onze dorpssmeden is zo’n 0,70-0,80 m breed.
De voor- en achterstijlen staan op ca 1,1m van elkaar en zijn met elkaar
verbonden, bovenaan door horizontale, onderaan door meestal schuine
balken. Vooraan zijn twee ogen op de stijlen bevestigd, achteraan twee
kromme ijzeren stangen met twee of vier gaten op het einde. Door de
ogen en door de gaten glijden twee stangen, die de hoefstal sluiten. De
te bewerken voorpoot van het dier wordt op de schuine zijbalk gelegd en
vastgebonden ; hiervoor is aan elke zijde een haak voorzien. De achterpoot komt op de dwarsstang. Niet zelden wordt vooraan nog een verplaatsbare balk aan de horizontale bevestigd, waarin een ca 10 cm lang
stuk ijzer steekt of waarop een houten klos geschroefd is. Hierop zet het
paard zijn voorpoot bij het omnieten, d.i. « een klein gedeelte van de nagelkling omslaan, ten einde het vastzitten van de nagel te bevorderen » (Kroon et al., 1953). Het Museum voor de Oudere Technieken te
Grimbergen bezit een dergelijke hoefstal (afb.1) [2]

[1 Ook stravelje, strevalje, enz. (Ghijsen, 1968). De ontlening aan het Frans travail, dat nu nog de
hoefstal aanduidt, is niet jong. Het woord komt reeds voor in het Brugse Livre des métiers van
ca. 1340 : ende zegh den smet dat hi legghe / den perde de brake / eer hij ’tsteke / in de travaille
(Gessler, 1931).

[2 De hoefstal, afkomstig van I. Vermeren, « de smid van Lint » (Grimbergen), staat voorlopig
naast de Tommenmolen.

[3 Radcliff, 1819, plaat 5 en p. 218 : should the horse be extremely vicious indeed, he can be raised
from the ground in a minute, by means of a cradle-sling of strong girth web, hooked to the upper
side-rails, which, with a slight hand-spike, are turned in the blocks that support them (the extremities of the sling thereby coiling round them), till the horse is elevated to the proper height, and
rendered wholly powerless
.

[4 Oxford, Bodl. ms. 264, f° 107 en 124v°. Uitgegeven door M. R. James, The Romance of Alexander, Oxford, 1933.

[5 Parijs, B. N., ms. fr. 12.330 f° 214v°.

[6 Encyclopédie ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers ... mis en ordre et publié par D. Diderot Parijs, 1740-80, s.v. maréchal-ferrant. De verklaring luidt als volgt : 1) Anneau
servant à passer une corde lorsque l’on donne des breuvages aux chevaux. 2) Levier servant à
tourner la barre pour monter les soupentes. 3) Soupentes. 4) Doubles soupentes servant de poitrail
et de reculement pour maintenir le cheval dans le travail. 5) Soupentes servant de même. 6) Barres
de fer appelées main de travail, servant à lever les piés de derrière des chevaux, soit pour les ferrer
ou opérer. 7) Main de devant servant à lever les piés de devant, soit pour les ferrer ou pour les opérer. 8) Coussinet placé en-dedans du travail, de peur que les chevaux ne s’estropient. 9) Anneau
donnant attache aux plates-longes avec lesquelles on lève les pieds des chevaux. Wellicht staat
stuk 1 aan de verkeerde zijde. Het ziet er immers handiger uit het aan de voorkant te bevestigen. Of was het de gewoonte het paard langs beide zijden binnen te laten, zoals de Garsault
(op. cit.) het schrijft : doordat de gaten van dezelfde grootte waren, konden de pennen van de
losse stukken zowel voor- als achteraan in de stijlen gestoken worden.

[7 Domaniaal rentenboek van het land van Dendermonde, ca. 1350, aangehaald door Lindemans
(1952).

[8 Vriendelijk meegedeeld door de heer J. Creasey, bibliothecaris van het Museum of English Rural Life te Reading, die de hoefstal als « betrekkelijk ongewoon » beschouwt. In hun A handbook of horsesshoeing (Edinburgh, 1898) beschrijven J. N. O. A. W. Dollar en A. Wheatley een hoefstal voor runderen. Ze steunen evenwel veel op buitenlandse boeken, zodat hun werk niet als argument aangevoerd kan worden. Ik dank de heer E. Scourfield, conservator van het Welsh Folk
Museum te Cardiff, die me de verwijzing van het boek en fotocopieën bezorgde.



















info visites 174087

     COCOF
                      Avec le soutien de la Commission
                           communautaire française