4(4)

Deze werking houdt inderdaad een aantal gevaren in, en staat
of valt met de openheid, met de mate waarin respons opgewekt wordt en
kan opgevangen of begeleid worden. M.a.w. met de beschikbaarheid aan
gekwalificeerd personeel om deze publiekgerichte werking te verzekeren.

Deze opties hebben echter het grote voordeel dat hier op een,
voor Vlaanderen en België unieke wijze kan geëxperimenteerd worden
met benaderingsvormen voor het industrieel erfgoed.

Naast deze vermelde « centrale » of gewestelijke initiatieven en
instellingen, bemerkt men sedert korte tijd een opbloei van allerhande
lokale en plaatsgebonden initiatieven.

Gemeenten maken dankbaar gebruik van Bijzondere Tijdelijke
Kaders om nieuwe musea in ontwikkeling te stellen, om vroegere initiatieven te (re)organiseren, of om een aantal accenten anders te leggen.

De Stad Gent nam in 1976 de beslissing om te starten met een
textielmuseum, en kocht toen de voormalige spinnerij Van Acker aan
Bachte Walle aan, om er het museum in te huisvesten. Ook hier zit men
nog steeds in de verwervingsfase, maar intussen leverde het museum
(thans omgedoopt tot Museum voor Industriële Archeologie en Textiel)
verdienstelijk werk m.b.t. een aantal aspekten zoals de gasnijverheid,
drankennijverheid, en vooral de orale geschiedschrijving.

In Kortrijk nadert intussen het Nationaal Vlasmuseum zijn realisatie. In Ronse wordt, o.m. door Senator De Rouck, gepleit voor een lokaal-gebonden textielmuseum, alhoewel onlangs het textielbedrijf Cambier waarop men zijn hoop gesteld had gesloopt werd. Heemkundige Musea in Deinze, Eeklo, St.-Niklaas,... nemen of namen reeds initiatieven
om hun textielpatrimonium te valorizeren. Zonder het Provinciaal Textielmuseum Vrieselhof in Oelegem te vergeten.

In Hasselt realiseert het stadsbestuur het Nationaal Jenevermuseum. In Izegem kan men reeds het Nationaal Schoemuseum bezoeken, en opent het Borstelmuseum weldra zijn deuren in een voorlopige opstelling ; vermelden we ook dat Izegem zich inspant om de stoommachine
van de elektrische centrale (1645, tandem compound-machine, 1937,
SEM-Carel-Vanden Kerchove, wettelijk beschermd bij KB. van 1978-
02-21) te valorizeren.

Poperinge bouwt zijn Hoppemuseum verder uit. In Turnhout
krijgt het Nationaal Museum voor de Speelkaart steeds meer interesse
voor industrieel-archeologische aspekten. Enz...

Interesse van industriëlen vertaalde zich o.m. in de realisatie
van het Bocholter Brouwerijmuseum, het Landbouwmuseum te Sijsele, de
typografische kollektie Strobbe te Izegem, enz...

Lokale initiatieven vanuit vzw-hoek hebben zich o.m. op museum (stoom)-spoorlijnen geworpen. Op dit ogenblik stoomt de Museum
Stoomtrein der Twee Bruggen
te Vilvoorde, weldra openen de Belgische
Vrienden van de Stoomlokomotief
hun museumlijn op een deel van het
oude tracé van Lijn 62 (Oostende-Torhout), en in 1982 start eveneens
de Toeristische Trein Zolder op een gedeelte van het oude mijnspoor aldaar.

Andere initiatieven zijn thans onoverzichtelijk. Tal van projekten, waarvan in de verste verte de realiseerbaarheid niet kan geëvalueerd worden, duiken her en der op.

Deze initiatieven moeten niet met het badwater weggeworpen
worden. In vele gevallen getuigen zij van een sterke betrokkenheid van
de initiatiefnemers met lokale of thematische aangelegenheden. Wanneer we de huidige toestand vergelijken met deze, ruim een decennium
geleden in Engeland, lijkt er weinig verschil te bestaan : in Engeland is
inmiddels (bijna) het kaf van het koren gescheiden, en wisten zeer belangrijke projekten die oorspronkelijk vanuit een zeer onvaste individuele basis startten, thans hun waarden te poneren.

Vlaanderen zal waarschijnlijk een gelijkaardige evolutie doormaken. Musea-initiatieven, projekten tot behoud en valorisatie van gebouwen en landschappen, oude machines, zullen nog wel enkele jaren
gespuid worden.

Men kan slechts hopen dat deze initiatieven tot koördinatie bereid zullen zijn, en zich niet op konkurrentiële basis t.o.v. elkaar zullen
ontwikkelen. In Groot-Brittannië en in een aantal andere landen kon
zulks een aantal jaren geleden nog getolereerd worden, toen men teerde
op de verworvenheden van de « golden sixties ». De ekonomische toestand ligt nu wel énigszins anders ... en wij vrezen dat wanneer harde
konkurrentie losbreekt een aantal inhoudelijk-waardevolle projekten
zullen gekelderd worden ten voordele van kommerciële en ekonomischuitgebate (wij schreven bijna : « uitgebuite ») initiatieven.

Mogelijk kunnen ook op dit vlak de verantwoordelijke instanties
een stimulans betekenen.

[1 Ook stravelje, strevalje, enz. (Ghijsen, 1968). De ontlening aan het Frans travail, dat nu nog de
hoefstal aanduidt, is niet jong. Het woord komt reeds voor in het Brugse Livre des métiers van
ca. 1340 : ende zegh den smet dat hi legghe / den perde de brake / eer hij ’tsteke / in de travaille
(Gessler, 1931).

[2 De hoefstal, afkomstig van I. Vermeren, « de smid van Lint » (Grimbergen), staat voorlopig
naast de Tommenmolen.

[3 Radcliff, 1819, plaat 5 en p. 218 : should the horse be extremely vicious indeed, he can be raised
from the ground in a minute, by means of a cradle-sling of strong girth web, hooked to the upper
side-rails, which, with a slight hand-spike, are turned in the blocks that support them (the extremities of the sling thereby coiling round them), till the horse is elevated to the proper height, and
rendered wholly powerless
.

[4 Oxford, Bodl. ms. 264, f° 107 en 124v°. Uitgegeven door M. R. James, The Romance of Alexander, Oxford, 1933.

[5 Parijs, B. N., ms. fr. 12.330 f° 214v°.

[6 Encyclopédie ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers ... mis en ordre et publié par D. Diderot Parijs, 1740-80, s.v. maréchal-ferrant. De verklaring luidt als volgt : 1) Anneau
servant à passer une corde lorsque l’on donne des breuvages aux chevaux. 2) Levier servant à
tourner la barre pour monter les soupentes. 3) Soupentes. 4) Doubles soupentes servant de poitrail
et de reculement pour maintenir le cheval dans le travail. 5) Soupentes servant de même. 6) Barres
de fer appelées main de travail, servant à lever les piés de derrière des chevaux, soit pour les ferrer
ou opérer. 7) Main de devant servant à lever les piés de devant, soit pour les ferrer ou pour les opérer. 8) Coussinet placé en-dedans du travail, de peur que les chevaux ne s’estropient. 9) Anneau
donnant attache aux plates-longes avec lesquelles on lève les pieds des chevaux. Wellicht staat
stuk 1 aan de verkeerde zijde. Het ziet er immers handiger uit het aan de voorkant te bevestigen. Of was het de gewoonte het paard langs beide zijden binnen te laten, zoals de Garsault
(op. cit.) het schrijft : doordat de gaten van dezelfde grootte waren, konden de pennen van de
losse stukken zowel voor- als achteraan in de stijlen gestoken worden.

[7 Domaniaal rentenboek van het land van Dendermonde, ca. 1350, aangehaald door Lindemans
(1952).

[8 Vriendelijk meegedeeld door de heer J. Creasey, bibliothecaris van het Museum of English Rural Life te Reading, die de hoefstal als « betrekkelijk ongewoon » beschouwt. In hun A handbook of horsesshoeing (Edinburgh, 1898) beschrijven J. N. O. A. W. Dollar en A. Wheatley een hoefstal voor runderen. Ze steunen evenwel veel op buitenlandse boeken, zodat hun werk niet als argument aangevoerd kan worden. Ik dank de heer E. Scourfield, conservator van het Welsh Folk
Museum te Cardiff, die me de verwijzing van het boek en fotocopieën bezorgde.



















info visites 174408

     COCOF
                      Avec le soutien de la Commission
                           communautaire française